Wetenschap

Leververvetting (MASLD): wat je zelf kunt doen om je lever te herstellen

Metabole leververvetting, in het Engels metabolic dysfunction-associated steatotic liver disease (MASLD), is een van de meest voorkomende chronische leveraandoeningen wereldwijd. Het gaat om vetstapeling in de lever in de context van metabole ontregeling, waarbij insulineresistentie en laaggradige ontsteking centraal staan. Vroeger werd deze aandoening non-alcoholic fatty liver disease (NAFLD) genoemd, maar internationaal is afgesproken om voortaan de term MASLD te gebruiken, omdat metabole ontregeling centraal staat.

Gepubliceerd: Bijgewerkt:
leververvetting stichting Je Leefstijl Als Medicijn

Het lastige aan MASLD is dat de meeste mensen in het begin weinig tot geen klachten hebben. Ondertussen kan de lever langzaam beschadigd raken en neemt het risico op hart- en vaatziekten, diabetes en andere chronische aandoeningen toe. Het goede nieuws is dat MASLD in vroege stadia vaak (deels) omkeerbaar is met een gerichte leefstijlverandering, zo nodig samen met farmacologische ondersteuning.

In dit artikel leggen we uit wat MASLD is, hoe het ontstaat, hoe het wordt vastgesteld en vooral: wat je zelf kunt doen met leefstijl. We zullen laten zien dat therapeutische koolhydraatbeperking, geïntegreerd in een bredere leefstijlbehandeling, daarvoor een logische en inmiddels redelijk goed wetenschappelijk onderbouwde behandelstrategie kan zijn.

Auteur: Sam Brokken. Medische reviewer: Dr. Yvo Sijpkens, internist

Kernpunten van dit artikel

(leestijd 15 minuten)

1. MASLD betekent dat er te veel vet in de lever zit in combinatie met één of meer kenmerken van metabole ontregeling, toegenomen buikomvang, verhoogde bloeddruk, verhoogde bloedglucose of triglyceriden en een verlaagd HDL-cholesterol.

2. MASLD is frequent (ongeveer 25–30% in de algemene bevolking en veel hoger bij mensen met diabetes type 2) en geeft vaak lange tijd weinig tot geen klachten, terwijl het risico op hart- en vaatziekten en andere chronische aandoeningen verhoogd is.

3. In de vroege stadia is MASLD meestal omkeerbaar. Een gezondere leefstijl met gewichtsverlies en verbetering van de insulinegevoeligheid kan levervet verminderen, ontsteking afremmen en progressie tot cirrose vertragen.

4. De basis van de behandeling bestaat uit therapeutische koolhydraatbeperking, geïntegreerd in een bredere leefstijlbehandeling; dit is een logische en inmiddels redelijk goed onderbouwde strategie om de metabole gezondheid te verbeteren.

5. Medicijnen zoals GLP-1/GIP-agonisten, SGLT2-remmers en pioglitazon kunnen bij geselecteerde patiënten helpen, maar vervangen geen leefstijlbehandeling en kunnen als ondersteuning van waarde zijn.

6. Een multidisciplinaire aanpak (arts, diëtist, leefstijlcoach en waar nodig psycholoog/fysiotherapeut) vergroot de kans op duurzame leefstijlverandering en blijvende verbetering van levergezondheid.

1. Wat is MASLD?

MASLD staat voor metabolic dysfunction-associated steatotic liver disease. Het is een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij vet zich ophoopt in de lever bij mensen met één of meer kenmerken van metabole ontregeling. Dit betreft een toegenomen buikomvang, verhoogde bloedglucose of diabetes type 2, hoge bloeddruk, verhoogde triglyceriden of een verlaagd HDL-cholesterol.[1,2]

De term MASLD heeft in 2023 internationaal de oudere naam NAFLD (non-alcoholic fatty liver disease) vervangen. De nieuwe naam moet duidelijk maken dat metabole factoren centraal staan en niet alleen het feit dat iemand weinig of geen alcohol drinkt.[1,5]

Bij MASLD is er sprake van vervetting (steatose): in meer dan 5% van de levercellen is zichtbaar vet aanwezig. In eerste instantie hoeft dat geen klachten te geven. Veel mensen ontdekken per toeval dat er sprake is van leververvetting, bijvoorbeeld bij een echo of CT van de buik of bij bloedonderzoek waarbij leverenzymen licht verhoogd zijn.[1]

MASLD is wereldwijd een groeiend probleem. In westerse landen heeft naar schatting een kwart tot een derde van de volwassen bevolking leververvetting, en een groot deel daarvan voldoet aan de criteria voor MASLD. Bij mensen met obesitas of diabetes type 2 liggen deze percentages nog veel hoger. Tegelijkertijd blijft een meerderheid van de gevallen onopgemerkt, omdat er in vroege stadia weinig klachten zijn en omdat niet iedereen standaard op MASLD wordt gescreend.[1,2]

Het is belangrijk om MASLD serieus te nemen, omdat de aandoening kan doorgroeien naar ernstiger stadia, met ontsteking van de lever (MASH), littekenvorming (fibrose), levercirrose en uiteindelijk leverkanker (HCC). Die progressie vindt meestal plaats over jaren, soms decennia. Juist omdat het proces langzaam verloopt, biedt het veel kansen om tijdig in te grijpen, vooral via leefstijl.[1–3]

2. Hoe ontstaat MASLD? Metabole disfunctie uitgelegd

MASLD ontstaat niet door één enkel mechanisme, maar door een samenspel van factoren. Centraal staat metabole disfunctie: het lichaam kan niet meer goed omgaan met energie-aanvoer (voeding) en energieverbruik (beweging en rust), waardoor de balans tussen suiker- en vetstofwisseling verstoord raakt.[1,2]

Een belangrijke rol is weggelegd voor insulineresistentie. Insuline is een hormoon dat onder andere regelt dat glucose uit het bloed de cellen in kan. Bij insulineresistentie reageren spier- en levercellen minder goed op insuline. Het lichaam compenseert dat door meer insuline aan te maken. Deze combinatie van verhoogde insulinespiegels en minder responsieve cellen bevordert vetopslag in de lever en in de buikstreek.[1,2]

Daarnaast speelt visceraal vet – vet in en rond de organen – een belangrijke rol. Dit vetweefsel is metabool actief en geeft ontstekingsbevorderende stoffen af. Die zogenaamde laaggradige ontsteking versterkt de insulineresistentie verder en kan de levercellen beschadigen. Zo ontstaat een vicieuze cirkel: meer vet, meer ontsteking, meer insulineresistentie en nog meer vetopslag.[1,2]

Ook factoren zoals slaaptekort, chronische stress, weinig beweging, ultrabewerkt voedsel, fructoserijke dranken en alcohol kunnen bijdragen aan metabole disfunctie. Niet iedereen met overgewicht ontwikkelt MASLD, en omgekeerd kunnen ook mensen met een normaal BMI (Body Mass Index – een maat voor gezond lichaamsgewicht) leververvetting hebben. Bij een normaal BMI leververvetting krijgen komt met name voor als er sprake is van metabole ontregeling, bijvoorbeeld bij veel visceraal vet, weinig beweging of een dieet rijk aan suiker en zetmeel.[1,2,4]

Samengevat: MASLD is geen pech in de lever alleen, maar een uiting van een breder metabool probleem. Dat is tegelijk het slechte én het goede nieuws. Slecht, omdat het risico op andere aandoeningen – zoals hart- en vaatziekten, chronische nierschade en diabetes type 2 – verhoogd is. Goed, omdat leefstijlinterventies die de metabole gezondheid verbeteren, zoals therapeutische koolhydraatbeperking, meer bewegen, beter slapen en stressreductie, vaak op meerdere fronten tegelijk effect hebben.[1–4]

Hoe ontstaat MASLD? Metabole disfunctie uitgelegd

3. Van vetstapeling tot leverbeschadiging: stadia van MASLD

Niet iedereen met MASLD doorloopt hetzelfde traject. Toch is het nuttig om de belangrijkste stadia globaal te kennen.[1,3]

  • a. Eenvoudige steatose (MASLD zonder ontsteking)

  • Er is vetstapeling in de lever, maar nog weinig tot geen ontstekingsactiviteit of littekenvorming.

  • Dit stadium is vaak omkeerbaar met gewichtsverlies, verbetering van de insulinegevoeligheid en een gezondere leefstijl.

  • b. MASH (metabolic dysfunction-associated steatohepatitis)

  • Naast vetstapeling is er een ontstekingsreactie in de lever met beschadiging van levercellen.

  • Dit is een keerpunt: hier neemt het risico op littekenvorming (fibrose) duidelijk toe.

  • c. Fibrose (littekenvorming)

  • De lever probeert de ontstekingsschade te herstellen met bindweefsel.

  • In eerste instantie is fibrose nog deels omkeerbaar, vooral als de onderliggende metabole disfunctie tijdig wordt aangepakt.

  • d. Levercirrose

  • Er is uitgebreide littekenvorming, waardoor de lever vervormt en minder goed functioneert.

  • Dit gaat gepaard met een verhoogd risico op complicaties zoals vocht in de buik, slokdarmspataderen en leverfalen.

  • e. Hepatocellulair carcinoom (HCC)

  • Op de achtergrond van cirrose of ernstige leverziekte kan leverkanker ontstaan.

Voor patiënten is vooral belangrijk om te weten dat veel mensen zich in een vroeg stadium bevinden waarin nog een grote kans op herstel bestaat. Door leefstijl en – waar nodig – medicatie in te zetten, is het mogelijk om de hoeveelheid levervet te verminderen, ontsteking af te remmen en verdere littekenvorming te vertragen of te voorkomen.[1,3,4]

het verloop van masld in vier stappen

4. Hoe weet je of je MASLD hebt? Diagnose in de praktijk

4.1 Wie lopen meer risico?

Bepaalde patiëntengroepen hebben een duidelijk verhoogde kans op MASLD en verdient daarom alertheid en gerichte screening.[1,2]

  • metabool syndroom

  • obesitas of een duidelijk verhoogde buikomtrek

  • diabetes type 2

  • polycysteus ovarium syndroom (PCOS)

  • verhoogde leverenzymen

  • leververvetting op echo of CT.

4.2 Laboratoriumonderzoek

In het bloed kan de arts onder andere kijken naar:[1]

  • leverenzymen ALAT en GGT

  • glucose en HbA1c

  • nuchter insuline

  • bloedvetten (triglyceriden, HDL-cholesterol)

  • ontstekingsmarkers (CRP)

  • ferritine, urinezuur en vitamine D.

Belangrijk om te weten: leverenzymen kunnen bij MASLD normaal zijn, terwijl er tóch leververvetting is. Daarom wordt bij risicogroepen vaak aanvullend beeldvormend onderzoek geadviseerd (daarover meer in de volgende paragraaf).[1]

4.3 Beeldvorming en niet-invasieve scores

De meest gebruikte beeldvormende technieken zijn:[1]

  • Echo van de lever – laat vaak een heldere lever met verhoogde oplichting zien bij het echobeeld van steatose

  • FibroScan of vergelijkbare technieken – meten de stugheid (stiffness) van de lever en kunnen een indruk geven van de mate van fibrose

  • MRI-gebaseerde technieken – kunnen levervet en fibrose nog nauwkeuriger kwantificeren, maar worden meestal in onderzoeks- of specialistische setting gebruikt.

Daarnaast bestaan er eenvoudige scores op basis van bloedwaarden en leeftijd, zoals de FIB-4-score, die helpen inschatten of er mogelijk sprake is van gevorderde fibrose. Deze scores vervangen geen uitgebreid specialistisch onderzoek, maar kunnen helpen bepalen of verwijzing naar een maag-darm-leverarts of internist verstandig is.[1]

4.4 Leverbiopsie

Een leverbiopsie – waarbij met een dun naaldje een klein stukje leverweefsel wordt afgenomen – is tegenwoordig minder vaak nodig dan vroeger. Bij twijfel over de diagnose, bij het vermoeden van zeldzame leverziekten of wanneer het belangrijk is om de exacte mate van ontsteking en fibrose vast te stellen, kan een biopsie toch waardevol zijn.[1] Voor de meeste mensen met typische MASLD volstaat een combinatie van klinische beoordeling, bloedonderzoek en beeldvorming.

5. MASLD is meer dan een leverprobleem

MASLD is een systeemaandoening. Leververvetting is vaak het topje van de ijsberg: zichtbaar op echo of in labwaarden, maar geworteld in een bredere metabole ontregeling. Dit helpt ook verklaren waarom MASLD samenhangt met verschillende andere aandoeningen:[1,2]

  • hart- en vaatziekten (hartinfarct en beroerte)

  • diabetes type 2

  • chronische nierschade

  • hypertensie

  • obstructief slaapapneusyndroom (OSAS)

  • polycysteus ovarium syndroom (PCOS)

  • een hogere kans op bepaalde vormen van kanker en dementie.

Voor veel mensen is het confronterend om te horen dat MASLD meer betekent dan alleen een leverafwijking. Tegelijkertijd zit hier ook de kans op brede gezondheidswinst: een traject dat gericht is op het verminderen van levervet en het herstellen van insulineresistentie, werkt meestal gunstig op meerdere organen tegelijk.[1–3]

Het is daarom zinvol om MASLD te zien als een keerpunt: een signaal dat het lichaam hulp nodig heeft, en een kans om verdere schade – zoals cirrose, hart- en vaatziekten en nierfalen – te voorkomen.[1–3]

6. Wat kun je zelf doen? De zes leefstijlpijlers bij MASLD

  1. Voeding

  2. Beweging

  3. Slaap en herstel

  4. Ontspanning en mentale veerkracht

  5. Middelen (alcohol, roken, medicatie)

  6. Verbinding en sociale steun.

Bij MASLD is leefstijl geen aanvulling, maar de hoeksteen van de behandeling. Hierbij draagt elk van zes leefstijlpijlers bij aan verbetering:

het leefstijlroer

Figuur Leefstijlroer. Bron Arts & leefstijl

6.1 Voeding: focus op koolhydraatbeperking en volwaardige voeding

Bij MASLD speelt voeding een centrale rol, met name de hoeveelheid en soort koolhydraten, de kwaliteit van vetten en de mate van bewerking van voeding. Snelle koolhydraten (suikers, witmeelproducten, frisdrank, snacks) veroorzaken hoge insulinepieken, bevorderen vetstapeling in de lever en stimuleren vetopslag in de buikstreek.[1,4]

Therapeutische koolhydraatbeperking (TKB)

TKB is een medische leefstijlinterventie waarbij de hoeveelheid koolhydraten bewust wordt verlaagd, vaak naar 20–50 gram per dag (strenge TKB) of 50–130 gram per dag (matige TKB), met nadruk op volwaardige eiwitbronnen en gezonde vetten.[3,4]

Effecten van TKB bij MASLD en metabole ziekten zijn onder andere:[3,4,6,7]

  • Verlaging van levervet

  • Daling van ALAT en GGT (leverenzymen)

  • Verbetering van insulinespiegel en HbA1c (bloedsuikerwaarde)

  • Afname van triglyceriden (bloedvetten) en verbetering van HDL-cholesterolwaarde

  • Gewichtsverlies, vooral rond de buik

  • Verbetering van markers van leverfibrose (littekens)

Grootschalig onderzoek naar dieetinterventies bij MASLD laten zien dat dieetstrategieën met een lagere koolhydraatinname en/of duidelijke energierestrictie significante verbeteringen kunnen geven in levervet, HbA1c, triglyceriden, BMI en gewicht.[4,8]

In de praktijk wordt TKB bij MASLD vaak ingezet als eerste keus leefstijlbehandeling, veelal in combinatie met intermitterend vasten of tijdgebonden eten. Dit vraagt wel om goede begeleiding, aanpassing van medicatie (bijvoorbeeld diabetesmedicatie en bloeddrukmiddelen) en regelmatige monitoring.[3,4]

therapeutische koolhydraatbeperking

Figuur 4: therapeutische koolhydraatbeperking (TKB)

Andere voedingspatronen

Niet iedereen kiest voor of verdraagt een strikte TKB. Alternatieven die ook effectief kunnen zijn, zijn onder andere:[1,4]

  • Een mediterraan voedingspatroon met weinig ultrabewerkt voedsel

  • Een energiebeperkt dieet met nadruk op eiwitrijke en vezelrijke voeding

  • Intermitterende calorie-restrictie (bijvoorbeeld wekelijks 5 dagen eten en 2 dagen vasten)

De rode draad: minder suiker en zetmeel, meer volwaardige voeding, voldoende eiwit en gezonde vetten, en zo min mogelijk ultrabewerkte producten en zaadoliën.[1,4]

6.2 Beweging: elke stap telt

Zowel aerobe beweging (wandelen, fietsen, zwemmen) als krachttraining verminderen levervet en verbeteren insulineresistentie – deels onafhankelijk van gewichtsverlies.[1]

Praktische richtlijn:[1]

  • Streef naar minimaal 150 minuten per week matig intensieve beweging (bijvoorbeeld stevig wandelen)

  • Voeg twee keer per week krachttraining toe (thuis of in de sportschool)

  • Probeer elk uur even in beweging te komen, zeker als je veel zit

  • Korte beweegmomenten direct na de maaltijd helpen de bloedsuiker te dempen.

Voor sommige patiënten kunnen intensievere vormen zoals intervaltraining passend zijn; dit gebeurt bij voorkeur onder begeleiding.

6.3 Slaap en herstel

Chronisch slaaptekort en verstoorde nachtrust verhogen het risico op insulineresistentie, gewichtstoename en ontsteking.

Aandachtspunten:

  • Streef naar 7–9 uur slaap per nacht

  • Zorg voor een regelmatig slaap-waakritme

  • Beperk schermgebruik en fel licht in het uur vóór het slapen

  • Slaap-onderzoek bij snurken of ademstops (OSAS)

Een betere slaapkwaliteit versterkt het effect van voeding en beweging op de lever.

6.4 Ontspanning en mentale veerkracht

Chronische stress activeert het stress-systeem (HPA-as), verhoogt cortisol en kan leiden tot meer buikvetopslag, slaapproblemen en ongezond eetgedrag.

Elementen die kunnen helpen:

  • Dagelijkse momenten van bewuste ontspanning (ademoefeningen, meditatie, wandelen in de natuur)

  • Werken aan grenzen stellen en omgaan met werk- en zorgdruk

  • Zo nodig ondersteuning door een psycholoog of coach, zeker bij angst, depressie of trauma.

Stress hoort expliciet besproken te worden als onderdeel van de leefstijlbehandeling, niet als bijzaak.

6.5 Middelen: alcohol, roken en medicatie

Alcohol

Alcohol en MASLD gaan slecht samen. Al bij relatief lage innames kan alcohol de lever extra belasten en littekenvorming versnellen. Voor mensen met gevorderde leverziekte is volledige onthouding het veiligst.[1]

Daarom wordt voor alcoholgebruik geadviseerd:

  • Bij MASLD: hooguit incidenteel in lage hoeveelheid

  • Bij MASH of fibrose: volledige onthouding.

Roken

Roken verhoogt via inflammatie het risico op hart- en vaatziekten en bepaalde kankersoorten en past niet bij het doel van systeemgezondheid. Stoppen met roken is een belangrijke stap richting herstel.

Medicatie

Sommige medicijnen kunnen levervet of insulineresistentie ongunstig beïnvloeden (bijvoorbeeld bepaalde psychofarmaca of corticosteroïden). Dit betekent niet dat ze zomaar gestopt moeten worden, maar wel dat het zinvol is om samen met de behandelend arts te kijken naar alternatieven waar mogelijk.

6.6 Verbinding en sociale steun

Leefstijlverandering is moeilijk als je het alleen moet doen. Steun uit de omgeving vergroot de kans op succes aanzienlijk.

JLAM ondersteunt groepssessies, lotgenotencontact en een actiënt-centrale benadering: je bent partner in je eigen behandeling, geen passieve ontvanger van zorg.

7. Medicamenteuze ondersteuning: wanneer en voor wie?

Hoewel leefstijl de basis vormt, kan medicatie bij bepaalde groepen patiënten een belangrijke ondersteuning zijn. Belangrijk is dat het doel steeds blijft: herstel van metabole inclusief levergezondheid.[1]

Belangrijke medicamenteuze opties zijn:[1,9-11]

  1. GLP-1-receptoragonisten (GLP-1-RA), zoals semaglutide, en GIP/GLP-1-RA, zoals tirzepatide Verlagen gewicht en HbA1c, verbeteren insulineresistentie en kunnen levervet en ontsteking verminderen; In studies bij MASH/NASH laten semaglutide en tirzepatide hogere percentages ziekte-resolutie zien dan placebo, met vaak tevens verbetering van metabole markers; Bijwerkingen zijn vooral gastro-intestinaal (misselijkheid, braken, diarree) en soms verlies van spiermassa; daarom blijven voldoende eiwitinname en krachttraining belangrijk.

  2. Verlagen gewicht en HbA1c, verbeteren insulineresistentie en kunnen levervet en ontsteking verminderen;

  3. In studies bij MASH/NASH laten semaglutide en tirzepatide hogere percentages ziekte-resolutie zien dan placebo, met vaak tevens verbetering van metabole markers;

  4. Bijwerkingen zijn vooral gastro-intestinaal (misselijkheid, braken, diarree) en soms verlies van spiermassa; daarom blijven voldoende eiwitinname en krachttraining belangrijk.

  5. SGLT2-remmers (middelen die via de nier extra glucose met de urine laten uitscheiden) Verlagen bloedsuiker en gewicht en laten in studies gunstige effecten zien op levervet en cardiorenale uitkomsten, vooral bij mensen met type 2 diabetes; Kunnen een logische keuze zijn bij diabetes type 2 + MASLD, zeker bij hartfalen en nierschade.[1]

  6. Verlagen bloedsuiker en gewicht en laten in studies gunstige effecten zien op levervet en cardiorenale uitkomsten, vooral bij mensen met type 2 diabetes;

  7. Kunnen een logische keuze zijn bij diabetes type 2 + MASLD, zeker bij hartfalen en nierschade.[1]

  8. Pioglitazon Een verbetering van de insulinegevoeligheid die bij geselecteerde patiënten met MASH histologische verbetering kan geven; Kan echter gewichtstoename en oedeem veroorzaken en is daarom vooral te overwegen bij zorgvuldig geselecteerde patiënten zonder hartfalen.[1]

  9. Een verbetering van de insulinegevoeligheid die bij geselecteerde patiënten met MASH histologische verbetering kan geven;

  10. Kan echter gewichtstoename en oedeem veroorzaken en is daarom vooral te overwegen bij zorgvuldig geselecteerde patiënten zonder hartfalen.[1]

Bij inzet van medicatie is het van belang dat:[1,9-11]

  1. Leefstijlinterventie parallel wordt opgestart of voortgezet;

  2. Bijwerkingen en interacties zorgvuldig worden gemonitord;

  3. Medicatie waar mogelijk kan worden afgebouwd naarmate de metabole gezondheid verbetert (bijvoorbeeld bij dalende HbA1c en bloeddruk onder TKB).

8. Hoe ziet een leefstijltraject er concreet uit?

Een leefstijltraject bij MASLD volgt in grote lijnen vier fasen.

Fase 1 – Verkennen en begrijpen

  • Uitgebreide intake door de arts met aandacht voor medische voorgeschiedenis, leefstijl, sociale context en motivatie.

  • Uitleg over MASLD als uiting van metabole disfunctie.

  • Bespreken van verwachtingen: remissie is bij veel mensen mogelijk, maar vraagt inzet en tijd.

Fase 2 – Starten met interventie

  • Gezamenlijke keuze voor een passend voedingsplan (bijvoorbeeld matige of strenge TKB, eventueel gecombineerd met tijdgebonden eten).

  • Inventarisatie van huidige medicatie en zo nodig aanpassing (met name bij diabetes en hypertensie).

  • Opstarten van een beweegplan dat haalbaar is in de dagelijkse praktijk.

  • Eerste afspraken over slaap, stress en middelengebruik.

Fase 3 – Consolideren en verdiepen

  • Regelmatige follow-up (bijvoorbeeld om de 4–8 weken) met monitoring van gewicht, middelomtrek, bloeddruk en relevante labwaarden (HbA1c, lipiden, leverenzymen).

  • Aanpassen van het plan op basis van resultaten, voorkeuren en eventuele bijwerkingen.

  • Meer aandacht voor mentale veerkracht, sociale steun en het omgaan met verleidingen en terugvalmomenten.

Fase 4 – Duurzame integratie

  • Doel is een nieuwe leefstijl als normaal: geen tijdelijk dieet, maar een blijvende manier van eten, bewegen, slapen en omgaan met stress.

  • Medicatie wordt waar mogelijk verder verminderd of gestopt, onder medische supervisie.

  • De patiënt ontwikkelt eigen regie: inzicht in lichaamssignalen, labwaarden en wat wel/niet werkt.

Langetermijnstudies naar therapeutische koolhydraatbeperking en intensieve leefstijlprogramma’s laten zien dat dergelijke trajecten niet alleen leiden tot verbeterde glycemie, maar ook tot duidelijke daling van leversteatose- en fibrosemarkers, minder medicatiegebruik en lagere cardiovasculaire risico’s.[3,4]

9. Conclusie

Metabole leververvetting (MASLD) is geen onschuldig bijverschijnsel, maar een duidelijk signaal dat de stofwisseling uit balans is en de lever onder druk staat. Het goede nieuws: in de vroege en middelste stadia is deze aandoening vaak omkeerbaar wanneer gewicht, bloedsuiker en buikvet dalen en de lichte, aanhoudende ontstekingsreacties tot rust komen.

Onderzoek laat zien dat vooral therapeutische koolhydraatbeperking, gecombineerd met meer bewegen, betere slaap en minder stress, levervet en leverontsteking merkbaar verminderen. Tegelijk daalt het risico op hart en vaatziekten en diabetes.

Medicijnen zoals GLP 1 agonisten en SGLT2 remmers kunnen dit proces ondersteunen, maar ze werken het best als aanvulling op een stevige leefstijlbasis en niet als vervanging daarvan.

Een gestructureerd traject helpt om stap voor stap een nieuwe leefstijl op te bouwen. Dit kan met hulp van de arts, diëtist, leefstijlcoach en zo nodig psycholoog of fysiotherapeut. Dat vraagt inzet, maar levert veel op: een fitter lichaam, helder hoofd, minder medicatie en een lever die weer kan herstellen.

Laat MASLD een uitnodiging zijn tot verandering. Kies elke dag één concrete stap, minder snelle suikers, een extra wandeling, en/of eerder naar bed. Bespreek met je zorgverlener hoe jij de komende maanden doelgericht aan je lever en je algehele gezondheid kan werken.

Veel gestelde vragen (FAQ)

Publicatiedatum: 16 december 2025

Auteur

Sam L Brokken
Sam L Brokken

Wetenschappelijk schrijver

Medisch gereviewd door
Dr. Yvo Sijpkens
Yvo Sijpkens

internist HMC

Nieuwsbrief

Ontvang tips, nieuwe artikelen en inspiratie voor een gezondere leefstijl.

Leververvetting (MASLD): wat je zelf kunt doen om je lever te herstellen | Je Leefstijl Als Medicijn