Wetenschap

Ketogeen dieet: meer dan gewichtsverlies

De laatste jaren wordt steeds meer bekend over de invloed van het ketogeen dieet bij diabetes type 2, hart- en vaatziektes, neurologische aandoeningen en meer.

Gepubliceerd: Bijgewerkt:
Ketogeen dieet meer dan gewichtsverlies

Het aantal Nederlanders met metabole disfunctie, obesitas en diabetes type 2 neemt snel toe. De kenmerken van het metabole disfunctie omvatten een vergrote buikomvang, verhoogde bloeddruk, glucose- en triglyceridewaardes en verlaagde HDL-cholesterolwaardes. Metabole disfunctie verhoogt het risico op diabetes, hypertensie en hart- en vaatziektes. De meeste andere chronische aandoeningen zoals artrose, kanker en dementie kennen een metabole component.

Veel onderzoekers vinden dat deze ziektes het gevolg zijn van hoge spiegels van het hormoon insuline door het eten van een overmaat aan koolhydraten, wat in de context van stress en inactiviteit leidt tot insulineresistentie. Daarom is een voedingspatroon met weinig koolhydraten een logische aanbeveling voor het verbeteren van de gezondheid.

Volgens het advies van het Voedingscentrum moet echter 40 tot 70 procent van de calorie-inname uit koolhydraten bestaan. Als iemand 2.000 calorieën per dag consumeert, komt dat neer op gemiddeld 200-350 gram koolhydraten per dag. Het ketogeen dieet is volkomen tegengesteld aan dat advies. Met het ketogeen dieet wordt meestal gestreefd naar minder dan 50 gram koolhydraten per dag, soms zelfs minder dan 25 gram. Het dieet is niet rijk aan koolhydraten maar aan gezond vet.

Dit artikel gaat dieper in op verschillende aspecten van het ketogeen dieet zoals de oorsprong, samenstelling, impact op de stofwisseling, en effecten op verschillende gezondheidsaandoeningen zoals obesitas, diabetes type 2, hart- en vaatziektes en neurologische aandoeningen. Ik bespreek ook de potentie van het ketogeen dieet in de context van gewichtsverlies en enkele veelvoorkomende mythes. Ten slotte geef ik praktische tips en voorbeelden van hoe een ketogeen dieet er in het dagelijks leven uit kan zien, met het doel de lezer te voorzien van concrete handvatten om het op een gezonde en effectieve manier toe te passen.

Longread: Metabole disfunctie: hoe leefstijl het verschil kan maken

Auteur: Jaap Versfelt
Medisch reviewer: dr. Yvo Sijpkens, internist.

Definitie ketogeen dieet

Het ketogeen dieet is een voedingspatroon dat zich richt op voedingsmiddelen die veel vetten, een gematigde hoeveelheid eiwitten en weinig koolhydraten bevatten. Het doel van het dieet is om het lichaam in een staat van ketose te brengen. Ketose is een metabole staat waarin het lichaam vet als primaire energiebron gebruikt in plaats van koolhydraten. Het ketogeen dieet is oorspronkelijk ontwikkeld voor de behandeling van epilepsie bij kinderen, maar wordt tegenwoordig ook gebruikt voor verschillende andere doeleinden zoals gewichtsverlies en de behandeling van medische aandoeningen waaronder diabetes type 2. Typische voedingsmiddelen in een ketogeen dieet zijn vlees, vis, boter, kaas, eieren, room, noten, zaden, vruchtoliën en koolhydraatarme groenten. Voedingsmiddelen rijk aan koolhydraten zoals brood, aardappelen, rijst, pasta en de meeste vormen van ultrabewerkt voedsel worden vermeden.

1. Wat is het ketogeen dieet?

1.1. Oorsprong

Het ketogeen dieet vindt zijn oorsprong in de vroege twintigste eeuw en werd ontwikkeld als een behandeling voor epilepsie. De eerste wetenschappelijke studie die het gebruik van het ketogeen dieet bij epilepsie onderzocht werd uitgevoerd door Russell Wilder van de Mayo Clinic in 1921. Hij merkte op dat vasten effectief was bij het verminderen van de frequentie en ernst van aanvallen bij veel patiënten, met name bij kinderen met moeilijk te behandelen epilepsie. Omdat langdurig vasten niet praktisch of gezond is ontwikkelde hij het ketogeen dieet, om een soortgelijk metabool effect als vasten te simuleren. Bij het ketogeen dieet komt 75 procent van de energie uit vet, circa 20 procent uit eiwitten en slechts een klein deel (5 procent) uit koolhydraten.

Later in de twintigste eeuw is het gebruik van het ketogeen dieet voor de behandeling van epilepsie verminderd, vooral door de ontwikkeling van medicijnen tegen epilepsie. Maar in de afgelopen decennia kent het dieet een heropleving, niet alleen voor de behandeling van epilepsie maar ook als een populair dieet voor gewichtsverlies en voor de potentieel gunstige effecten op andere aandoeningen zoals diabetes type 2 en neurologische aandoeningen zoals dementie.

1.2. Wat houdt het dieet in?

Het ketogeen dieet is een voedingspatroon dat zeer laag is in koolhydraten, matig in eiwitten en hoog in vetten. Het doel van het dieet is om het lichaam in een staat van ketose te brengen, waarbij het vetten in plaats van koolhydraten gebruikt als de primaire energiebron. In ketose breekt het lichaam vetten af tot ketonen in de lever, die dan gebruikt worden voor de energievoorziening van de lichaamscellen.

1.2.1. Varianten

Er zijn twee varianten op het ketogeen dieet:

  • Therapeutische koolhydraatbeperking (minder dan 50 gram koolhydraten per dag, samen met een verhoogde eiwit- en vetinname) wordt vaak gevolgd voor gewichtsverlies, algemene gezondheidsverbetering of betere sportprestaties.

  • Therapeutisch ketogeen dieet (minder dan 25 gram koolhydraten per dag, samen met een sterk verhoogde vetinname en eventueel vasten) is een dieet dat specifiek wordt ingezet om gezondheidsvoordelen te behalen.

1.2.2. Voedingsmiddelen die gebruikt en vermeden worden

Gebruik van de volgende voedingsmiddelen wordt aangemoedigd:

  • Vetten en oliën. Dit is de basis van het dieet. Voorbeelden zijn boter, olijfolie, kokosolie en vetten in voedingsmiddelen zoals avocado’s en vette vis.

  • Vlees en vis. Vooral vettere soorten vlees en vis zijn geschikt, zoals rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, kip en vette vis zoals zalm, makreel en haring.

  • Eieren.

  • Zuivelproducten. Vooral volvette zuivelproducten zoals kaas, room en volle yoghurt.

  • Noten en zaden. Bijvoorbeeld amandelen, walnoten, lijnzaad en chiazaad.

  • Laag-koolhydraat groentes. Zoals bladgroentes, broccoli, bloemkool en courgette. Deze groentes bevatten weinig koolhydraten.

  • Sommige vruchten. Bessen en aardbeien bevatten bijvoorbeeld slechts een kleine hoeveelheid koolhydraten.

Voedingsmiddelen die beperkt of vermeden worden:

  • Suikerrijke voedingsmiddelen. Snoep, frisdrank, vruchtensappen, cakes, ijs enz.

  • Granen en zetmeelrijke voedingsmiddelen. Brood, rijst, pasta, ontbijtgranen en andere voedingsmiddelen rijk aan koolhydraten.

  • Fruit. De meeste vruchten.

  • Bonen en peulvruchten. Zoals erwten, kidneybonen, linzen en kikkererwten.

  • Wortelgroentes. Aardappelen, zoete aardappelen, wortels, pastinaken etc.

  • Light- en dieetproducten. Deze producten zijn vaak rijk aan koolhydraten.

2. Hoe werkt het ketogeen dieet op het lichaam?

Voordat we in het volgend hoofdstuk ingaan op wat onderzoek zegt over de invloed van het ketogeen dieet op verschillende ziektes, bespreken we eerst in meer algemene termen wat het effect is van het dieet op ons lichaam.

2.1. Effect op de stofwisseling

Het ketogeen dieet heeft een aanzienlijke invloed op het menselijk metabolisme. Het zorgt ervoor dat het lichaam vetzuren in plaats van koolhydraten verbrandt. Vetverbranding treedt ook op bij calorierestrictie en vasten. Deze staat van vetverbranding wordt ‘ketose’ genoemd.

Wanneer door het ketogeen dieet minder koolhydraten worden gegeten gaan de glucosevoorraden in het lichaam omlaag. Om aan energie te komen gaat het lichaam dan opgeslagen vetten afbreken tot vetzuren. Deze vetzuren worden naar de lever getransporteerd, waar ze worden omgezet in ketonen.

De ketonen worden door cellen in het lichaam waaronder spiercellen en hersencellen opgenomen. In deze cellen worden ketonen gebruikt om ATP, de primaire energiedrager in cellen, te produceren. De productie van ATP vindt plaats in de mitochondriën, de ‘energiefabriekjes’ binnen de cellen.

Ketonen stellen de mitochondriën in staat om brandstof op zeer effectieve manier om te zetten in energie (dus in ATP). Deze ‘alternatieve’ brandstof kan belangrijk zijn als de reguliere brandstofvoorziening van de cellen, met glucose, minder goed functioneert, bijvoorbeeld doordat de cellen insulineresistent zijn geworden. Het ketogeen dieet kan bovendien de aanmaak van nieuwe mitochondriën in de cellen stimuleren, wat ook weer kan leiden tot een verbeterde energieproductie (Noakes, 2023).

2.2. Effect op ontstekingen

Meta-onderzoek waarbij 44 studies beoordeeld zijn laat zien dat een ketogeen dieet twee belangrijke ontstekings-indicatoren, TNF-α en IL-6, effectiever kan verlagen dan andere diëten. Deze indicatoren zijn eiwitten in het lichaam die, als ze in hoge hoeveelheden aanwezig zijn, ontsteking kunnen aangeven (Jiawei, 2024):

  • TNF-α wordt gekoppeld aan ziektes zoals auto-immuunziektes, waarbij het lichaam zichzelf aanvalt, problemen met hoe het lichaam insuline gebruikt, en ontstekingen gerelateerd aan obesitas.

  • IL-6 is betrokken bij de reactie van het lichaam op infecties en ontstekingen, en hoge niveaus ervan zijn verbonden aan chronische ontstekingen, hartziektes en sommige soorten kanker.

3. Het effect van het ketogeen dieet op verschillende ziektes en aandoeningen

Het ketogeen dieet is oorspronkelijk ontwikkeld voor de behandeling van epilepsie bij kinderen. Er is echter steeds meer bewijs dat het dieet ook werkt bij het voorkomen of bestrijden van een reeks andere ziektes. In dit hoofdstuk zetten we het bewijs voor een aantal ziektes op een rij.

3.1. Epilepsie

Zoals gezegd werd het ketogeen dieet in 1921 geïntroduceerd door de Mayo Clinic in Amerika om te helpen bij het beheersen van epilepsieaanvallen. In 1994 kreeg het dieet weer aandacht door mediaberichtgeving gerelateerd aan patiëntje Charlie Abrahams en de oprichting van de Charlie Foundation, wat leidde tot een heropleving van de behandeling van kinderepilepsie met het dieet.

De mechanismes waardoor het ketogeen dieet epilepsie beïnvloedt zijn nog niet volledig begrepen. Aanvankelijk werd gedacht dat ketonen directe invloed hadden op de controle van aanvallen, vergelijkbaar met anti-epileptische medicijnen. Recenter onderzoek wijst op de impact van het dieet op het metabolisme, met name de mitochondriale functie en veranderingen in het darmmicrobioom, wat een rol speelt in het beheer van aanvallen.

Wat betreft de effectiviteit heeft het ketogeen dieet aantoonbaar succes getoond in het beheersen van epilepsie, vooral bij kinderen. Talrijke studies, waaronder klinische studies, hebben de effectiviteit aangetoond. Ongeveer 50 tot 60 procent van de personen op het dieet ervaart een reductie van meer dan 50 procent van de aanvallen binnen 2 tot 3 maanden. Het dieet werkt over het algemeen snel. 75 procent van de kinderen heeft een verminderde aanvalactiviteit binnen 14 dagen.

Het ketogeen dieet is een breed geaccepteerde en reguliere aanpak geworden bij de behandeling van kinderepilepsie, ondersteund door de oprichting van organisaties zoals de International Neurologic Ketogenic Society (Kossoff, 2018).

3.2. Diabetes type 2

Voor het beheersen en omkeren van diabetes type 2 – een aandoening die miljoenen mensen wereldwijd treft – met het ketogeen dieet, komt steeds meer aandacht. De complexe relatie van koolhydraten, glucose, insuline, vetopslag en de ontwikkeling van insulineresistentie speelt daarbij een hoofdrol. Een stapsgewijze uitleg:

  • Koolhydraten en glucose. Wanneer je koolhydraten eet, worden ze in het spijsverteringsstelsel afgebroken tot glucose, een eenvoudige suiker. Glucose is de primaire energiebron voor je lichaamscellen.

  • Insuline en glucoseopname. Glucose in de darm zorgt via het GLP-1 hormoon ervoor dat je pancreas insuline afgeeft. Insuline is een hormoon dat helpt om glucose uit het bloed in de cellen te krijgen, waar het wordt gebruikt voor energie.

  • Vetopslag. Als er meer glucose beschikbaar is dan nodig is voor energie, zal insuline helpen om de overtollige glucose op te slaan in de vorm van vet. Daarnaast voorkomt insuline dat het opgeslagen vet (de energievoorraad) wordt afgebroken, zodat de energie beschikbaar blijft voor tijden van schaarste.

  • Overmatige koolhydraatinname en insulineproductie. Wanneer je regelmatig grote hoeveelheden koolhydraten eet, vooral eenvoudige koolhydraten zoals suiker, moet je lichaam constant hoge niveaus insuline produceren om de glucose uit het bloed te halen.

  • Insulineresistentie. Door constant hoge insulineniveaus kan insulineresistentie ontstaan. Dat betekent dat je lichaamscellen minder gevoelig worden voor insuline. Als gevolg daarvan is er meer insuline nodig om hetzelfde effect te hebben, wat de pancreas dwingt om nog meer insuline te produceren.

  • Hyperinsulinemie. Hyperinsulinemie is een conditie waarbij er chronisch te veel insuline in het bloed is, zowel na de maaltijd als in nuchtere status. Hyperinsulinemie kan in een vicieuze cirkel een gevolg zijn van insulineresistentie.

  • Diabetes. Aanhoudende insulineresistentie en hyperinsulinemie leiden tot twee effecten. Allereerst een verslechterde werking van de insulineproducerende beta-cellen in de alvleesklier, daarnaast een verhoogde activiteit van glucagon, een hormoon dat de glucoseproductie in de lever stimuleert. Samen (te weinig insuline, te veel glucagon) kan dat resulteren in diabetes type 2, waarbij het glucoseniveau in het bloed gevaarlijke hoogtes bereikt.

Kortom een te hoge inname van koolhydraten speelt een centrale rol bij de ontwikkeling van diabetes type 2. Daarnaast spelen andere factoren een rol zoals de overmatige consumptie van bewerkte plantaardige oliën, een relatief tekort aan eiwit in de voeding, de afname van spiermassa en de overgang. Genetische aanleg, leeftijd, stress, slaaptekort en medicatiegebruik kunnen het risico ook beïnvloeden.

Het ketogeen dieet houdt een sterke beperking van de inname van koolhydraten in. Deze vermindering leidt tot lagere bloedglucose- en insulineniveaus, wat cruciaal is voor de beheersing van diabetes type 2.

Er zijn veel klinische studies (Dowes, 2021, p10-13) die een gunstig effect van het ketogeen dieet op diabetes type 2 laten zien. Het dieet boekt superieure resultaten vergeleken met caloriearme, laag-vet-diëten die vaak worden aanbevolen door diabetesorganisaties (waaronder Diabetesvereniging Nederland, met op haar website het advies: ‘Haal koolhydraten uit gezonde voedingsmiddelen, zoals: volkorenbrood, zilvervliesrijst, volkorenpasta, groenten, fruit en peulvruchten’).

Hieronder vijf voorbeelden van klinische studies (één meta-analyse met 14 RCTs, drie RCTs en één niet-gerandomiseerd onderzoek):

  • Choi, 2002. Meta-analyse van 14 klinische studies (alle RCTs) naar patiënten met overgewicht en diabetes waarin een ketogeen dieet en alternatieve diëten (veelal laag-vet) werden vergeleken. Patiënten op een ketogeen dieet zagen een substantieel lager HbA1c-niveau dan patiënten op laag-vet-diëten. Bovendien vielen ze meer af (7,8 kg versus 3,8 kg) en verbeterden hun bloedwaardes (verlaagde triglyceriden, verhoogd HDL).

  • Hussain, 2012. Deze studie vergeleek een ketogeen dieet met een caloriearm dieet bij type 2-diabetici. De ketogeengroep zag grotere verbeteringen in HbA1c, waarbij de deelnemers de doelstellingen van de American Diabetes Association bereikten.

  • Westman, 2008. In deze studie werd een ketogeen dieet vergeleken met een caloriearm dieet bij type 2-diabetici. Het ketogeen dieet leidde tot grotere verbeteringen in HbA1c, nuchtere glucose, insulineniveaus en tot vermindering of eliminatie van de diabetesmedicatie bij 95 procent van de deelnemers op het dieet.

  • Saslow, 2017. In deze studie werd een ketogeen dieet vergeleken met het caloriearme, vetarme diabetesdieet van de American Diabetes Association. Na 32 weken in de studie had meer dan de helft van de deelnemers op een ketogeen dieet het HbA1c-niveau verlaagd tot onder het remissieniveau van 6,5 procent. Op het dieet aanbevolen door de Diabetes Association bereikte geen enkele deelnemer dat resultaat.

  • Hallberg (2019). Dit tweejarig niet-gerandomiseerd klinisch onderzoek vergeleek diabetespatiënten op een ketogeen dieet met een controlegroep die de gebruikelijke zorg voor diabetes type 2-patiënten kreeg. De ketogeengroep zag significante verbeteringen in HbA1c, gewichtsverlies (gemiddeld 10 procent), en diabetesmedicatie (het insulinegebruik daalde met 62 procent), terwijl de controlegroep geen significante veranderingen vertoonde. In de ketogeengroep had 53 procent van de patiënten na 2 jaar geen tekenen van diabetes meer en bij nog 18 procent waren de symptomen tijdelijk of gedeeltelijk verdwenen.

De auteurs van al deze artikelen geven aan dat het belangrijk is om op te merken dat dergelijke dieetveranderingen moeten worden ondernomen onder medisch toezicht, vooral gezien het risico op hypoglykemie of hypotensie en daarmee de noodzaak van aanpassingen van de medicatie.

Samenvattend kan geconcludeerd worden dat het volgen van een ketogeen dieet de kans op het krijgen van diabetes type 2 vermindert en mogelijkheden biedt om deze slopende ziekte om te keren.

3.3. Hart- en vaatziektes

Onderzoek laat zien dat risicofactoren die samenhangen met de leefstijl (obesitas, diabetes type 2, hoge bloeddruk, roken, inactiviteit en stress) gezamenlijk meer dan 90 procent van het risico op een hartinfarct bepalen. Genetische oorzaken verklaren slechts 1 procent van het risico op een hartinfarct (Yusuf, 2004).

We gaan dieper in op voeding als risicofactor. De traditionele opvattingen over risicofactoren voor hart- en vaatziektes richten zich op het idee dat een dieet met veel verzadigd vet leidt tot verhoogde LDL-cholesterolniveaus, wat op zijn beurt leidt tot vetophopingen in de bloedvaten, waardoor het risico op hart- en vaatziektes toeneemt.

Deze opvatting is gebaseerd op de dieet-harthypothese voorgesteld door onderzoeker Ancel Keys in de jaren 50 van de vorige eeuw. Zijn onderzoek leidde wereldwijd tot de adoptie van vetarme diëten als de standaardbenadering om het risico op hart- en vaatziektes te verminderen. Deze aanbevelingen voor een vetarm dieet leidde in de afgelopen vijftig jaar echter tot een epidemie van obesitas en diabetes type 2. Oftewel van aandoeningen die grote risicofactoren zijn voor hart- en vaatziektes.

Na de jaren 50 van de vorige eeuw is een groot aantal studies gedaan naar de relatie tussen de inname van verzadigd vet en van koolhydraten, en hart- en vaatziektes. Deze onderzoeken laten zien dat de traditionele opvattingen over risicomarkers voor hart- en vaatziektes niet kloppen. Met name met betrekking tot de rol van LDL-cholesterol bij het voorspellen van het risico zit het anders in elkaar dan gedacht. Het onderzoek laat zien dat andere vetwaardes in het bloed zoals de ApoB/ApoA1-verhouding, kleine dichte LDL-deeltjes en triglyceridenniveaus betere voorspellers kunnen zijn van hartziektes dan LDL-niveaus (Feinman, 2014).

Een goed voorbeeld van een dergelijke studie is de PURE-studie uit 2017, waar 135.335 mensen in 18 landen aan deelnamen. Het resultaat van de studie werd gepubliceerd in de Lancet (Dehghan, 2017). De conclusie was tegenovergesteld aan het werk van Ancel Keys. Dit zijn de associaties die blijken uit de PURE-studie:

  • Een hogere koolhydraatinname hangt samen met een hoger risico op sterfte

  • Een hogere vetinname hangt samen met een lager risico op sterfte

  • Er is geen verband tussen vetinname en hart- en vaatziektes

  • Een hogere inname van verzadigd vet hangt samen met een lagere kans op een beroerte.

In de onderstaande figuur uit dit onderzoek zie je links het effect van meer vet eten op een (lager) sterfterisico en helemaal rechts het effect van meer koolhydraten eten op een (hoger) sterfterisico.

JV-afbeelding1.png

De onderzoekers concluderen:‘Voedingsrichtlijnen moeten worden heroverwogen in het licht van deze bevindingen. Een soortgelijke oproep doet een groep onderzoekers een jaar later: “Het handhaven van het algemene advies om de totale hoeveelheid verzadigde vetzuren te verminderen gaat tegen de bedoelingen van de richtlijnen in.” (Astrup, 2018)

Naast deze epidemiologische studies laten ook klinische studies zien dat een dieet met minder koolhydraten en meer verzadigd vet een gunstig effect heeft op de vetwaardes in het bloed (een overzicht daarvan staat in Dowis, 2021). Bovendien laat metaonderzoek met de resultaten van 17 klinische studies (Choi, 2002) voor patiënten met obesitas en diabetes type 2 zien dat het ketogeen dieet leidde tot een gunstige ontwikkeling van twee belangrijke risicofactoren voor hart- en vaatziekte: een daling van de triglyceriden en een toename van het HDL-cholesterol.

Samenvattend suggereren deze bevindingen dat een ketogeen dieet gunstige effecten kan hebben op indicatoren voor hart- en vaatziekterisico. Dat is in tegenspraak met de huidige voedingsrichtlijnen die vetarme, koolhydraatrijke diëten aanbevelen.

3.4. Mentale aandoeningen en neurologische ziektes

Het aantal mensen dat lijdt onder mentale stoornissen (zoals depressies en angststoornissen) en neurologische ziektes (zoals MS, parkinson en dementie) groeit snel. Dat terwijl de huidige behandelingen maar beperkt verlichting bieden.

Het is opvallend dat alle vormen van mentale en neurologische stoornissen vaak samen voorkomen met metabole aandoeningen. Dat wijst op een mogelijke gezamenlijke oorzaak.

  • Mentale en neurologische aandoeningen komen vaak samen voor. We weten uit onderzoek dat elke vorm van mentale of neurologische aandoening de kans op het hebben van een andere mentale of neurologische aandoening met een factor twee tot dertig vergroot (Plana-Ripoll, 2019). Patiënten met depressie hebben bijvoorbeeld een twee keer zo grote kans om dementie te ontwikkelen. Patiënten met schizofrenie hebben er zelfs een twintig keer grotere kans op.

  • Mentale en neurologische stoornissen hangen samen met de metabole gezondheid. Uit onderzoek blijkt dat patiënten bij wie een mentale stoornis is vastgesteld een drie keer hogere kans hebben op obesitas en zeven tot tien jaar eerder overlijden. Andersom zien we dit verband ook. Mensen met een metabole aandoening hebben een sterk verhoogde kans op mentaal lijden. Een aantal voorbeelden: + Mensen met obesitas hebben 60 tot 70 procent meer kans op epilepsie (Gao, 2008). + Gewichtstoename rond de puberteit geeft een vier keer hogere kans op een depressie als jongvolwassene (Perry, 2021). + Patiënten met diabetes type 2 hebben een twee tot drie keer hogere kans op een depressie (Semenkovich, 2015). + Mensen met obesitas hebben 50 procent meer kans op een bipolaire stoornis (Palmer, p 66). + Diabetespatiënten hebben een 50 procent hogere kans op het ontwikkelen van epilepsie (Baviera, 2017). + Mensen met obesitas hebben een twee keer hogere kans op multiple sclerose (MS) (Alfredsson, 2019).

Onderzoek laat inderdaad zien dat veel mentale en neurologische stoornissen gelinkt zijn aan een verstoring van het metabolisme in de hersenen. Denk aan depressie, angststoornissen, autisme, ADHD, PTSD, schizofrenie, bipolariteit, verslavingen, dementie, parkinson en epilepsie.

Dat metabole stoornissen niet alleen ons lichaam maar ook ons brein raken is niet vreemd. Onze hersenen vormen slechts 2 procent van ons lichaamsgewicht, maar verbruiken maar liefst 20 procent van onze energie. Een verstoring in het metabolisme verstoort de energiehuishouding en leidt tot disfunctioneren van de mitochondriën in de hersenen.

Hoe komen de mitochondriën in het brein aan energie? Net als andere lichaamscellen kan het brein glucose en ketonen gebruiken. Zoals bij diabetes type 2 besproken is glucose een suikervorm die in de bloedbaan circuleert en zijn ketonen energiemoleculen die door de lever uit lichaamsvet worden geproduceerd als er uit voeding maar een beperkte hoeveelheid glucose beschikbaar is. Bij insulineresistentie hebben cellen moeite om glucose uit het bloed op te nemen. Dat probleem bestaat niet alleen in het lichaam maar ook in het brein. De hersenen hebben daardoor een tekort aan energie.

Het ketogeen dieet leidt tot een vermindering van insulineresistentie waardoor glucose beter gebruikt kan worden als energiebron. Daarnaast biedt het dieet de hersenen een alternatieve energiebron: ketonen. Dat verklaart waarom klinische studies laten zien dat een groot aantal mentale aandoeningen baat hebben bij een ketogeen dieet. Dat geldt bijvoorbeeld voor epilepsie (Martin-McGill, 2020), dementie (Philips, 2021), autisme (Manco, 2021), bipolairiteit (Danan, 2022) en MS (Brenton, 2022).

Samenvattend kan geconcludeerd worden dat het volgen van een ketogeen dieet mogelijkheden biedt om de progressie van neurologische ziektes af te remmen en verbetering te brengen bij mentale stoornissen zoals depressies en angststoornissen.

3.5. Migraine

Onderzoekers zien dat overgewicht en obesitas sterk gelinkt zijn aan migraine. Zij zijn daarom onderzoek gaan doen om te kijken of het ketogeen dieet kan helpen migraine te verlichten.

In een recent systematisch overzicht (Caminha, 2022) werd al dat onderzoek naar het ketogeen dieet en migraine onder de loep genomen. De belangrijkste bevinding was een positief verband tussen het ketogeen dieet en een vermindering van het aantal pijnaanvallen. In totaal lieten 9 publicaties een volledige of gedeeltelijke vermindering zien van het aantal migraineaanvallen per maand als gevolg van behandeling met het ketogeen dieet. Zo had 96 procent (544 personen) van de deelnemers aan deze studies een gedeeltelijke of volledige vermindering van het aantal hoofdpijnepisodes.

Over het waarom van dit effect moeten de onderzoekers nog speculeren. Een vermoeden is dat door insulineresistentie de hersenen onvoldoende in staat zijn glucose te gebruiken als energiebron. Ketonen kunnen dan een alternatieve bron van energie vormen voor de hersenen.

Een later uitgevoerde studie (Caprio, 2023) rapporteerde dat een zeer laag-calorisch ketogeen dieet (< 50g koolhydraten per dag) dat gedurende twee maanden werd toegepast, effectiever was dan een laag-calorisch mediterraan dieet bij het verminderen van het aantal migrainedagen per maand: -6,4 migrainedagen per maand versus -2,2 dagen.

3.6. Kanker

Epidemiologisch onderzoek onder grote groepen mensen laat een sterke link zien tussen obesitas en het risico op kanker. In Noord-Amerika is 20 procent van alle kankergevallen verbonden met obesitas, en 38 procent van deze gevallen is gerelateerd aan de stijging van de body mass index (BMI) sinds 1982 (Arnold, 2014). Nederland ontwikkelt zich ook snel deze kant op. In Amerika is 40 procent van de volwassenen obees, in Nederland is dat al 15 procent (bijna vier keer meer dan in 1980), terwijl 50 procent van de Nederlanders overgewicht heeft (vzinfo.nl).

Het mechanisme waardoor obesitas het risico op kanker verhoogt is nog onderwerp van onderzoek. Daaruit komt een aantal mogelijke mechanismes naar voren (Dowis, 2021):

  • Toename insulineniveau. Obesitas gaat gepaard met hogere insuline- en insuline groeifactor 1- (IGF-1-)niveaus. Deze hormonen binden aan cellulaire receptoren en activeren signaleringspaden die de overleving en verspreiding van kankercellen bevorderen.

  • Verhoogde glucoseopname. Zowel insuline als IGF-1 vergroten de opname van glucose in cellen, waardoor er meer energie beschikbaar is voor kankercelgroei. Kankercellen hebben deze vergrote glucoseopname nodig, omdat zij circa twintig keer meer glucose nodig hebben voor hun energieproductie dan gewone cellen (dit wordt het ‘Warburg-effect’ genoemd).

Tezamen leiden deze factoren ertoe dat het risico op overlijden door kanker 1,5 tot 1,6 keer hoger is bij mannen en vrouwen met obesitas (Calle, 2003). Dat betekent dat een dieet dat obesitas en diabetes type 2 kan omkeren, kan helpen het risico op kanker te verlagen. Zoals ik beschreef in de sectie over diabetes kan het ketogeen dieet daaraan bijdragen.

De vraag blijft over: wat als je al kanker hebt? Kan overstappen op een ketogeen dieet dan de kans op overleven vergroten? Daarover is het beschikbare onderzoek nog niet duidelijk. Voor dat onderzoek wordt gebruik gemaakt van dierproeven en onderzoek onder mensen. Dit zijn de conclusies (Klement, 2017):

  • 29 dierstudies. De meerderheid van de dierstudies (72 procent) leverde bewijs voor een anti-tumoreffect van het ketogeen dieet.

  • 24 menselijke studies. Bewijs voor dergelijke effecten van het ketogeen dieet bij mensen is zwak en beperkt tot individuele gevallen.

3.7. Darmstoornissen: prikkelbare darm syndroom (PDS) en inflammatoire darmziekte (IBD)

Diëten die zich richten op pure, onbewerkte voedingsmiddelen en het verminderen van de koolhydraatinname tonen veelbelovende resultaten voor de behandeling van darmaandoeningen. Voorbeelden van deze diëten zijn het specifieke koolhydraten dieet (SKD) en het FODMAP-arme dieet.

  • Het SKD-dieet beperkt granen, de meeste peulvruchten, lactose-bevattende zuivelproducten, aardappelen, maïs en de meeste bewerkte voedingsmiddelen, terwijl onbewerkt vlees, fruit, de meeste groentes, lactosevrije zuivel, boter, wijn en honing zijn toegestaan. Veel patiënten met IBD melden significante verbeteringen en sommigen worden zelfs helemaal beter na het volgen van dit dieet.

  • Het FODMAP-arme dieet dat voedingsmiddelen beperkt die hoog zijn in fermenteerbare en slecht geabsorbeerde koolhydraten is bijzonder effectief gebleken in het verbeteren van symptomen zoals gasvorming, een opgeblazen gevoel en pijn bij ongeveer 74 procent van de patiënten met prikkelbare darm syndroom. Het FODMAP-dieet is een primaire behandeloptie geworden voor velen met dit syndroom en is veilig en effectief voor langdurig gebruik onder toezicht van een diëtist. Het dieet helpt ook bij symptomen van inflammatoire darmziekte (IBD).

Een belangrijke factor voor het succes van deze diëten lijkt de vermijding van bewerkte voedingsmiddelen. Opkomend bewijs suggereert dat ook ketogene diëten effectief kunnen zijn voor gastro-intestinale aandoeningen zoals PDS en IBD, maar er is meer onderzoek nodig om dat te bevestigen (Noakes, 2023, p.395).

3.8. Polycysteus ovarium syndroom (PCOS)

PCOS is een hormonale stoornis die bij vrouwen leidt tot vergrote eierstokken met kleine cystes, onregelmatige menstruatiecycli en vruchtbaarheidsproblemen.

Voeding kan een aanzienlijke invloed hebben op PCOS door het effect op insulineresistentie en hyperinsulinemie. Diëten die erg rijk zijn aan geraffineerde koolhydraten (zoals het standaard westerse dieet) kunnen leiden tot de constante stimulatie van de insulineproductie. Dat proces kan chronisch hoge niveaus van insuline in het bloed veroorzaken (hyperinsulinemie). Hyperinsulinemie is een belangrijke drijfveer van PCOS omdat overmatige insulineniveaus in het bloed kunnen leiden tot:

  • Een overproductie van testosteron. De verhoogde insuline kan de eierstokken stimuleren om meer testosteron te produceren, wat een van de kenmerkende eigenschappen is van PCOS.

  • Een afname in geslachtshormoon-bindend globuline (SHBG). Hoge insulineniveaus leiden tot een verminderde SHBG-productie door de lever. SHBG bindt normaal gesproken aan testosteron en vermindert het effect ervan.

Deze hormonale onbalans kan bijdragen aan de ontwikkeling van PCOS-symptomen. Bij vrouwen met PCOS stuurt insuline een ‘stop met groeien’-boodschap veel te vroeg naar de follikels. Onrijpe follikels kunnen niet als rijpe eitjes worden uitgestoten, noch kunnen ze involueren. Uiteindelijk worden ze gewoon cysten. Dat verklaart waarom insulineresistentie wordt opgemerkt bij PCOS-patiënten (Burghen, 1980).

Zowel gewichtsverlies als het insulineverlagende medicijn metformine verlagen de testosteronniveaus en verbeteren de ovulatie (Creanga, 2008). Voedingsaanpassingen gericht op het verminderen van de frequentie en intensiteit van de insulinestimulatie, zoals het verminderen van de inname van geraffineerde koolhydraten zoals brood, pasta en koekjes, kunnen symptomen van PCOS verlichten. Het ketogeen dieet kan de insulineniveaus stabiliseren en daarmee de hormonale onbalans die PCOS kenmerkt verminderen.

4. Helpt het ketogeen dieet bij afvallen?

Veel mensen horen het eerst van het ketogeen dieet als middel om mee af te vallen. Wat is het bewijs dat dat werkt?

Afvallen is notoir moeilijk. Het volhouden van een dieet is misschien het moeilijkst. Veel mensen komen na een bepaalde periode weer aan. Er is zelfs bewijs dan mensen die diëten volgen meer aankomen dan mensen die dat niet doen.

Het ketogeen eten is bedoeld om de gezondheid structureel te verbeteren. Dat betekent dat het geen tijdelijke interventie is maar een manier van eten die langdurig moet worden volgehouden.

Toch is er ook onderzoek gedaan naar het effect van het dieet op afvallen. De uitkomst daarvan is:

  • Het werkt beter dan een vetarm dieet en even goed als een mediterraan dieet.

  • Het is goed vol te houden.

  • Het heeft geen negatieve bijeffecten.

Ik beschijf vier studies naar het effect van het beperken van de koolhydraatinname op afvallen. Het eerste onderzoek laat zien dat een licht koolhydraatbeperkt dieet (beperking tot 150 gram koolhydraten) weinig effect heeft. De drie andere onderzoeken laten zien dat een ketogeen dieet (beperking tot 50 gram koolhydraten) wel effect heeft.

  • Koolhydraatbeperkt dieet versus aanbevolen dieet. In dit onderzoek werden de data van 6.925 deelnemers uit 61 interventiestudies meegenomen. De deelnemers werden willekeurig ingedeeld in een groep met een koolhydraatbeperkt dieet (max. 150 gram per dag) en een ‘gebalanceerd’ dieet conform de aanbevelingen van gezondheidsorganisaties (circa 250 gram koolhydraten per dag). Het koolhydraatbeperkte dieet gaf iets meer gewichtsvermindering (circa 1 kilo) bij een opvolgperiode van twee jaar (Naude, 2022).

  • Ketogeen dieet versus vetarm dieet. In dit onderzoek werden de resultaten van 13 studies met in totaal 1.415 patiënten meegenomen. De deelnemers werden willekeurig ingedeeld in groepen met een ketogeen en een vetarm dieet. Individuen die een ketogeen dieet volgden bereikten grotere gewichtsverliezen over een behandperiode van 12 maanden of meer vergeleken met individuen die een vetarm dieet volgden (Bueno, 2013).

  • Ketogeen dieet versus vetarm dieet. In dit onderzoek met 272 deelnemers werden drie diëten vergeleken: een ketogeen, mediterraans en vetarm. De gemiddelde gewichtsafname was 2,9 kg voor de groep met het vetarme dieet, 4,4 kg voor de groep met het mediterrane dieet en 4,7 kg voor de groep met het ketogeen dieet (Shai, 2008).

  • Ketogeen dieet versus alternatieve diëten. In deze meta-analyse van 14 klinische studies naar patiënten met overgewicht en diabetes type 2 werden ketogene en alternatieve diëten (veelal laag-vet) vergeleken. Patiënten op een ketogeen dieet zagen een substantieel grotere gewichtsafname (gemiddeld 7,8 kg) dan patiënten op een vet- of caloriebeperkt dieet (gemiddeld 3,8 kg) (Choi, 2020).

Het beheersen van de honger lijkt een belangrijk element voor succes van het ketogeen dieet bij gewichtsverlies. Uit een studie (Castro, 2018) blijkt dat mensen op een ketogeen dieet minder drang hebben om te eten naarmate zij dieper in ketose zijn. Dat wordt ondersteund door ander uitgebreid onderzoek bij volwassenen met overgewicht of obesitas, waaruit bleek dat koolhydraatarme diëten effectiever waren in het beheersen van honger dan vetarme diëten (Martin, 2012).

5. Mythes over het ketogeen dieet

Voordat ik het artikel afsluit met enkele tips wil ik twee mythes over het ketogeen dieet bespreken.

5.1. ‘Het ketogeen dieet leidt tot ketoacidose’

Mensen die het ketogeen dieet volgen worden soms gewaarschuwd voor ketoacidose. Dat komt doordat ketose en ketoacidose soms met elkaar worden verward. Het zijn echter twee verschillende metabole toestanden.

  • Ketose is een metabole toestand die wordt bereikt als het lichaam vet als primaire energiebron gaat gebruiken door een lage inname van koolhydraten. Dat leidt tot de productie van ketonen, die het lichaam als brandstof gebruikt.

  • Ketoacidose daarentegen is een gevaarlijke en potentieel levensbedreigende aandoening die optreedt wanneer het lichaam overmatig veel ketonen produceert. Dat treedt op bij gebrek aan insuline. Zonder insuline stijgt de glucose in het bloed. Tegelijkertijd probeert het lichaam vet te verbranden om aan energie te komen. Het leidt tot hoge concentraties ketonen in het bloed, wat leidt tot verzuring van het bloed, wat schadelijk is voor organen.

Een ketogeen dieet leidt tot een staat van ketose maar veroorzaakt geen ketoacidose bij mensen met een normaal functionerende alvleesklier. Mensen die diabetes type 1 hebben maar waarbij dat nog niet is gediagnosticeerd of die hun insuline niet voldoende beheersen, lopen wel een risico op ketoacidose (Westerberg, 2013). Zij moeten voorzichtig zijn met het ketogeen dieet en altijd een zorgverlener raadplegen alvorens grote dieetveranderingen door te voeren.

5.2. ‘Het ketogeen dieet mist essentiële nutriënten’

Ik splits deze analyse in twee delen: micronutriënten en macronutriënten.

  • Micronutriënten. Onderzoekers hebben gekeken of het ketogeen dieet alle 27 essentiële nutriënten kan leveren. Essentiële nutriënten zijn voedingsstoffen zoals vitamines (zoals A, B1, B2, B3, C, en D), mineralen (zoals calcium, jodium, ijzer en magnesium) en vetzuren (zoals omega-3). De conclusie was dat een goed uitgekozen ketogeen dieet alle essentiële nutriënten kan leveren. Zo’n dieet bestaat uit vis (20 van de 27 nutriënten), noten (11 nutiënten), groentes (11), zaden (11), eieren (10), vlees (7), zuivel (6), fruit (5), paddestoelen (5) en granen (3) (Zinn, 2017).

  • Macronutriënten. Opmerkelijk is dat van de drie macronutriënten (vetten, eiwitten en koolhydraten) de koolhydraten niet strikt essentieel zijn. Vetten en eiwitten zijn dat wel. Normaal gesproken haalt het lichaam glucose uit koolhydraten. Maar als die onvoldoende aanwezig zijn kan het lichaam de benodigde glucose uit andere nutriënten produceren in een proces dat gluconeogenese heet (Tondt, 2020).

6. Hoe ziet een ketogeen dieet er concreet uit?

Ik sluit het artikel af met een paar concrete voorbeelden van hoe het dieet er in de praktijk uit kan zien.

Ontbijt:

  • Een omelet met kaas, spinazie en avocado.

  • Een smoothie met kokosmelk, een handvol bessen, spinazie en een schepje kokosolie.

Lunch:

  • Een salade met bladgroen, komkommer, olijven, feta, een rijke eiwitbron zoals gegrilde kip of zalm, en een dressing op basis van olijfolie.

  • Een wrap gemaakt van sla of koolbladeren gevuld met rosbief, roomkaas en guacamole.

Avondeten:

  • Gegrilde zalm of steak met asperges of broccoli klaargemaakt in olijfolie of boter.

  • Kip curry gemaakt met kokosmelk en geserveerd met bloemkoolrijst.

7. Wat is ‘ketogriep’ en hoe lang duurt dat?

Nog een laatste tip: het ketogeen dieet staat bekend om zijn ‘ketogriep’, die vaak als een nare ervaring wordt beschouwd. Wat is het en hoe langt duurt het?

Ketogriep is een veel voorkomende bijwerking die mensen ervaren wanneer ze starten met een ketogeen dieet. Het dieet dwingt het lichaam om over te schakelen van glucose naar ketonen als primaire energiebron. Ketogriep is geen echte griep maar wordt zo genoemd omdat de symptomen lijken op griep. Denk aan vermoeidheid, hoofdpijn, futloosheid en misselijkheid.

De symptomen worden vaak veroorzaakt door een combinatie van uitdroging, elektrolyten-disbalans, en de aanpassing van het lichaam aan het gebruik van vetten als primaire energiebron. De aanpassing duurt een paar dagen tot maximaal een paar weken.

Er zijn verschillende manieren om de symptomen te verlichten:

  • Geleidelijke overgang. In plaats van abrupt de koolhydraten te elimineren, kun je ze geleidelijk verminderen om het lichaam de tijd te geven om zich aan te passen.

  • Water drinken. Veel water drinken is cruciaal omdat een koolhydraatarm dieet kan leiden tot een sneller verlies van lichaamsvloeistoffen.

  • Elektrolyten innemen. Zorg ervoor dat je genoeg elektrolyten binnenkrijgt. Denk vooral aan natrium, kalium en magnesium die helpen bij het reguleren van lichaamsfuncties en de vochtbalans.

8. Conclusie

Het ketogeen dieet, een voedingspatroon rijk aan vetten en arm aan koolhydraten, is oorspronkelijk ontwikkeld voor de behandeling van epilepsie bij kinderen en is tegenwoordig een populaire benadering voor gewichtsverlies en de behandeling van diverse gezondheidsproblemen, zoals diabetes type 2 en neurologische aandoeningen. Het dieet verschilt aanzienlijk van de traditionele voedingsadviezen met de beperkte inname van koolhydraten, met als doel het lichaam in een staat van ketose te brengen, waarbij vet als primaire energiebron wordt gebruikt. Het dieet bestaat voornamelijk uit vetrijke voedingsmiddelen zoals vlees, vis, eieren, kaas, noten en bepaalde groentes.

Recent onderzoek heeft aangetoond dat het ketogeen dieet effectief kan zijn bij de behandeling van een heel scala aan gezondheidsproblemen waaronder diabetes type 2, hart- en vaatziektes en darmstoornissen. Het heeft ook positieve effecten op de mentale gezondheid en doordat het een alternatieve energiebron voor de hersenen biedt, wat kan helpen bij aandoeningen zoals dementie, MS, parkinson en depressie. Het dieet draagt bij aan gewichtsverlies, onder meer doordat het helpt de eetlust te beheersen.

Het ketogeen dieet biedt een verscheidenheid aan smakelijke en voedzame maaltijdopties voor elk moment van de dag, wat het een haalbare en duurzame keuze maakt voor wie zijn of haar gezondheid wil verbeteren. Het biedt dus een hoopvol perspectief bij veel gezondheidsproblemen en kan een waardevolle bijdrage leveren aan een gezondere leefstijl.

Veel gestelde vragen (FAQ)


9. Meer lezen

Auteur

Jaap Versfelt
Jaap Versfelt

Directeur-bestuurder

Medisch gereviewd door
Dr. Yvo Sijpkens
Yvo Sijpkens

internist HMC

Nieuwsbrief

Ontvang tips, nieuwe artikelen en inspiratie voor een gezondere leefstijl.