MS en voeding: 5 diëten vergeleken
MS effectief aanpakken met voeding: we vergelijken hier vijf diëten: laag-vet, minder dierlijk, ketogeen, mediterraan en paleo. Lees welke het beste werken.

Multiple sclerose (MS) is een complexe en onvoorspelbare aandoening, maar er is goed nieuws: voeding en de leefstijl kunnen een belangrijke rol spelen in het verbeteren van symptomen en mogelijk het vertragen van de ziekte. Dit artikel over MS en voeding verkent hoe metabole gezondheid en voeding samenhangen met MS, kijkt welke diëten daarbij werken en of supplementen kunnen helpen, en biedt zo praktische handvatten om de symptomen van MS aan te pakken en (mogelijk) de ziekteprogressie te vertragen.
Kernpunten uit dit artikel (leestijd 14 minuten)
Risicofactoren zoals obesitas, roken, gebrek aan vitamine D en metabole disfunctie spelen een cruciale rol bij MS.
De metabole gezondheid verbeteren kan de kans op MS verminderen en mogelijk de ziekteprogressie verbeteren.
Het vermijden van ultrabewerkt voedsel en het beperken van koolhydraten dragen bij aan een betere metabole gezondheid.
Verschillende diëten (zoals paleo, ketogeen en mediterraan) tonen veelbelovende resultaten wat betreft het verminderen van vermoeidheid, verbeteren van de kwaliteit van leven en tegengaan van invaliditeit bij MS-patiënten.
Supplementen zoals visolie en vitamine D blijken daarentegen weinig effectief.
Lees verder en ontdek hoe voeding een krachtig hulpmiddel kan zijn bij het aanpakken van MS.
1. Multiple Sclerose
Multiple sclerose (MS) is een ziekte die zorgt voor de afbraak van de beschermende laag rondom zenuwen (myeline). Dat verstoort de communicatie tussen de hersenen en de rest van het lichaam. Uiteindelijk kan de ziekte permanente schade aan de zenuwvezels in hersenen en ruggenmerg veroorzaken.
De symptomen van MS verschillen per persoon, afhankelijk van de locatie van de schade in het zenuwstelsel en de ernst van de schade aan de zenuwvezels. Multiple sclerose kan gevoelloosheid, zwakte, loopproblemen, veranderingen in het zicht en andere symptomen veroorzaken. Het verloop van de ziekte varieert afhankelijk van het type MS.
Er is geen genezing voor multiple sclerose. Er zijn echter behandelingen beschikbaar die kunnen helpen bij een sneller herstel na aanvallen, die het verloop van de ziekte kunnen beïnvloeden en die de symptomen kunnen beheersen.
2. Risicofactoren voor MS
Uit onderzoek blijkt dat er een aantal factoren is die het risico op multiple sclerose verhogen:
Geslacht Vrouwen hebben twee tot drie keer meer kans dan mannen om MS te ontwikkelen.
Familiegeschiedenis Als iemands ouder, broer of zus MS heeft, is het risico om de ziekte te krijgen 12 keer hoger.
Bepaalde infecties Verschillende virussen zijn in verband gebracht met MS, waaronder het Epstein-Barr-virus.
Vitamine D Een laag vitamine D-niveau en weinig blootstelling aan zonlicht geven een twee keer hoger risico op MS (Belbasis, 2019).
Obesitas Mensen die obesitas hebben of als kind obesitas hadden, hebben twee keer zoveel kans op MS (McKay, 2016).
Roken Rokers hebben een 2,3 keer hoger risico op MS dan mensen die niet roken.
De laatste drie risicofactoren (vitamine D, obesitas en roken) zetten aan het denken: als de leefstijl blijkbaar zo’n grote rol speelt in het risico op het krijgen van MS, zou zo gezond mogelijk leven het risico op MS kunnen verminderen? Of de achteruitgang bij MS kunnen vertragen of zelfs omkeren?
3. Het verband tussen hersenaandoeningen en metabole disfunctie
We gaan in dit hoofdstuk kijken naar het verband tussen een gezonde leefstijl en MS. Daarbij starten we breder: we kijken eerst naar het effect van de leefstijl op hersenaandoeningen in het algemeen. Deze aandoeningen hebben twee dingen gemeen, ze hangen vaak samen en hebben een relatie met metabole ongezondheid.
3.1. Elke hersenaandoening hangt samen met elke andere hersenaandoening
Het hebben van de ene stoornis verhoogt de kans op een andere stoornis met een factor twee tot dertig (Plana-Ripoll, 2019). Een paar voorbeelden:
Patiënten met depressies hebben een twee keer zo grote kans om alzheimer te ontwikkelen (Ownby, 2006).
Patiënten met een angststoornis hebben een acht tot dertien keer grotere kans op schizofrenie (Plana-Ripoll, 2019).
Patiënten met epilepsie hebben een drie tot zes keer grotere kans om angststoornissen te ontwikkelen (Kanner, 2011).
Patiënten met schizofrenie hebben een twintig keer grotere kans om alzheimer te ontwikkelen (Stroup, 2020).
Waarom is deze samenhang relevant?
Als wetenschappers zien dat twee aandoeningen vaak samen voorkomen, dan vermoeden zij een gezamenlijke oorzaak. Denk aan een loopneus en een pijnlijke keel: dat zijn geen aparte aandoeningen, maar beide symptomen van verkoudheid. Met als gezamenlijke oorzaak het verkoudheidsvirus.
Wat zou een gezamenlijke oorzaak kunnen zijn van de hersenaandoeningen?
3.2. Hersenaandoeningen komen vaak samen voor met metabole ongezondheid
Bij metabole disfunctie is de stofwisseling ontregeld. Metabole disfunctie uit zich door een grote buikomvang, verhoogde bloedsuikerspiegel en bloeddruk, en abnormale vetwaardes in het bloed. Metabole disfunctie komt vaak samen voor met diabetes type 2 en obesitas.
Een paar voorbeelden van de samenhang tussen deze vormen van metabole ongezondheid en hersenaandoeningen:
Patiënten met schizofrenie hebben een drie keer grotere kans op diabetes (Rajkumar, 2017).
Diabetespatiënten hebben een vijftig procent grotere kans op het ontwikkelen van epilepsie (Baviera, 2017).
Kinderen met autisme hebben veertig procent meer op kans obesitas (Mische Lawson, 2016).
Gewichtstoename rond de puberteit geeft een vier keer hogere kans op een depressie als jongvolwassene (Perry, 2021).
We weten uit epidemiologisch onderzoek (zie hoofdstuk 2) dat MS samenhangt met obesitas (een vorm van metabole disfunctie). Daarin is MS niet uniek, zoals we hebben gezien hangen veel andere hersenaandoeningen ook met metabole disfunctie samen.
Zou het kunnen dat het verbeteren van onze metabole gezondheid helpt om de kans op MS te verminderen? Kan gezonder leven de symptomen van MS verlichten, de achteruitgang vertragen of de ziekte zelfs omkeren?
Het bewijs daarvoor kan alleen geleverd worden met zogenaamde klinische studies die een causaal verband kunnen aantonen tussen wat mensen doen en het verloop van hun MS. Dat soort studies zijn er (voor verschillende diëten) en gaan we in hoofdstuk 5 beschrijven. Voordat we dat doen maken we nóg een tussenstap in hoofdstuk 4: hoe kun je met voeding de metabole gezondheid verbeteren?
4. Het verbeteren van de metabole gezondheid met voeding
De metabole gezondheid verbeteren kan met leefstijlaanpassingen. Denk daarbij aan gezonder eten, voldoende slapen, beter ontspannen en meer bewegen. Al deze aanpassingen verbeteren de oorzaken van metabole disfunctie: insulineresistentie en laaggradige chronische ontsteking.
Bij insulineresistentie is sprake van een verminderde gevoeligheid van lichaamscellen voor het hormoon insuline. Insuline werkt als een soort ‘sleuteltje’ voor de suikers in het bloed. Insuline opent de cellen, waardoor suiker de cel in kan. Als te vaak, te veel en te snel verteerbare suikers worden aangevoerd worden de cellen ongevoelig voor insuline. Dat heet insulineresistentie.
Bij insulineresistentie gaat het lichaam steeds meer insuline produceren om de overtollige suikers uit het bloed te halen. Insulineresistentie leidt tot metabole disfunctie en daarmee tot een verhoogd risico op veel aandoeningen, waaronder MS.
Centraal in het verbeteren van insulineresistentie (en daarmee de metabole gezondheid) staat onze voeding.
4.1. Het vermijden van ultrabewerkt voedsel
In de afgelopen vijftig jaar is de consumptie van ultrabewerkt voedsel sterk toegenomen. 61 procent van de energie-inname van de gemiddelde Nederlander bestaat nu uit dit industrieel geproduceerde voedsel (Vellinga, 2022). Voorbeelden van ultrabewerkt voedsel zijn frisdranken, koekjes, snoep, supermarktbrood, zaadoliën, ontbijtgranen, sauzen en light-dranken.
Het eten van ultrabewerkt voedsel heeft een sterk negatief effect op onze gezondheid. Een Franse studie () waarbij 170.000 mensen 10 jaar lang zijn gevolgd liet het verband zien tussen de consumptie van ultrabewerkt voedsel en verhoogde risico’s op diabetes type 2, hart- en vaatziektes, kanker, dementie, depressie en maag- en darmstoornissen.
Uit deze studie bleek dat mensen die de meeste ultrabewerkte voedingsmiddelen aten en dronken een 62 procent hoger sterfterisico hadden dan degenen die het minste hiervan consumeerden.
4.2. Andere voedingsinterventies
Het vermijden van ultrabewerkt voedsel helpt om metabool gezonder te worden. Daarnaast helpt:
Kiezen voor voeding met een lage glycemische lading. Bepaalde voedingsmiddelen bevatten snel verteerbare koolhydraten (suiker en geraffineerd meel) die hoge insulinepieken veroorzaken en daarmee insulineresistentie vergroten. Denk aan vruchtensap, (fabrieks)brood, pasta en witte rijst. Voeding die minder insulinepieken veroorzaakt is vlees, vis, zuivel, eieren, noten, zaden, fruit en groenten.
Beperken hoeveelheid koolhydraten. Afhankelijk van iemands gezondheid kan iemand meer of minder koolhydraten verdragen. Om te bepalen hoeveel (of weinig) koolhydraten iemand aankan is een continue glucosemeter een handig hulpmiddel. Idealiter is de glucosestijging na een maaltijd kleiner dan 1,6 mmol/L. Voor veel patiënten met insulineresistentie vergt dat het beperken van de inname van koolhydraten tot minder dan 50 gram per dag.
Het beperken van het aantal eetmomenten. Minder vaak eten helpt tegen insulineresistentie, door het verminderen van het aantal glucosepieken. Bij volwaardige, natuurlijke voeding volstaan twee tot drie eetmomenten per dag. Overigens wordt het beperken van het aantal eetmomenten makkelijker als iemand minder koolhydraten eet. Na het eten of drinken van (geraffineerde) koolhydraten volgt namelijk eerst een snelle glucose- en insulinepiek en vervolgens een sterke daling van de bloedglucose. Deze glucosedip kan gepaard gaan met een sterke behoefte aan eten.
5. MS en voeding: studies naar het effect van verschillende diëten
Als ongezond eten met veel ultrabewerkt voedsel de kans op MS vergroot en leidt tot ernstigere symptomen, dan zou onderzoek moeten laten zien dat gezond eten bij patiënten leidt tot verbetering. Maar is dat zo?
Dé manier om dat aan te tonen zijn zogenaamde randomised controlled trials (RCTs). Dat zijn onderzoeken waarbij twee groepen patiënten worden gevormd die elk een eigen behandeling krijgen. De ene groep krijgt het dieet dat wordt getest, de andere (controle)groep een ‘standaard’-dieet.
In dit hoofdstuk zetten we het onderzoek naar MS en voeding met betrekking tot vijf verschillende diëten op een rijtje: laag-vet, minder dierlijk, ketogeen, mediterraan en paleo. Daarbij kijken we naar wat deze diëten doen wat betreft vermoeidheid, invaliditeit, levenskwaliteit en – waar onderzocht – bepaalde fysieke tests (zie tabel 1). We maken gebruik van twee meta-analyses (verzamelingen van RCTs):
Harirchian, 2022. Dit artikel over MS en voeding bevat de namen van de onderliggende studies die we hieronder een voor een beschrijven.
Snetselaar, 2023. Dit artikel over MS en voeding laat zien welk type dieet meer effect heeft dan andere. Op de conclusies van Snetselaar komen we terug na de opsomming van de verschillende diëten.
Hieronder een overzicht uit deze meta-analyses van verschillende diëten en hun effect op MS-symptomen:
Dieet -> | Laag-vet | Laag-vet | Minder vlees | Minder vlees | Ketogeen | Ketogeen | Meditteraan | Paleo | Paleo |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Studie | Yadav 2016 | Swank dieet Wahls 2021 | Ricio 2016 | Saresella 2017 | Bock 2016 | Brenton 2022 | Sand 2019 | Irish 2017 | Wahls 2021 |
Type | RCT | RCT | RCT | RCT | RCT | Prospectief | RCT | RCT | RCT |
Invaliditeit (EDSS) | Geen | Geen | Significant | Significant | Significant | ||||
Kwaliteit van leven | Geen | Significant | Geen | Significant | Significant | Significant | Significant | ||
Vermoeidheid | Significant | Significant | Significant | Significant | Significant | Significant | Significant | Significant | |
Terugvallen | Significant | ||||||||
9 pinnen-test | Significant | Significant | |||||||
6 minuten looptest | Geen | Significant | Geen |
Dit zijn de resultaten van de studies naar MS en voeding per dieettype:
5.1. Laag-vet
Twee studies onderzochten de invloed van het beperken van vet:
Yadav, 2016 Een vetarm dieet (10% vet, 14% eiwit, 76% koolhydraten) beperkt aan dierlijk voedsel, gedurende twaalf maanden, verbeterde vermoeidheid, maar had geen significante invloed op invaliditeit, kwaliteit van leven (QoL) of fysieke functie.
Wahls, 2021 Het Swankdieet werd getest met beperkt verzadigd vet (maximaal 15 gram per dag), vier porties volkoren granen per dag en daarnaast groenten en fruit. Na twaalf weken verminderde de vermoeidheid significant en verbeterde de fysieke kwaliteit van leven. De mentale kwaliteit van leven en de loopafstand veranderden niet significant.
5.2. Minder vlees
Twee studies richtten zich voornamelijk op plantaardig voedsel, elk met een beperkte hoeveelheid vis en mager vlees:
Riccio, 2016 Een caloriebeperkt, semi-vegetarisch dieet (1700 tot 1800 kcal, 50% koolhydraten, 30% vet, 20% eiwit) gedurende zeven maanden toonde geen significante veranderingen in de levenskwaliteit en invaliditeit. Wel werden middelgrote tot grote effecten gevonden op vermoeidheid.
Saresella, 2017 Een twaalf maanden durend dieet rijk aan groenten, fruit, noten, en olijfolie, met een beperkte consumptie van dierlijke eiwitten (twee keer per week vis, één keer kip) en bewerkte voedingsmiddelen, resulteerde in een grote verbetering van de invaliditeit en een vermindering van het aantal terugvallen
5.3. Ketogeen dieet
Twee studies onderzochten het ketogeen dieet:
Bock, 2015 In deze studie met zestig patiënten met RRMS (relapsing-remitting MS, de meest voorkomende vorm van MS) bleek dat het ketogeen dieet een grote invloed had op de kwaliteit van leven. Andere maatstaven werden niet gemeten.
Brenton, 2022 Vijfenzestig mensen met RRMS deden mee aan een zes maanden durende studie met het ketogeen dieet. Ze werden gecontroleerd doordat dagelijks hun urine op ketonen werd getest. De deelnemers hadden bijna 50 procent minder vermoeidheid en depressie. Hun fysieke en mentale kwaliteit van leven verbeterde, evenals hun loopafstand, handvaardigheid en invaliditeitsscore.
5.4. Mediteraan dieet
Eén studie onderzocht het mediterraan dieet:
Sand, 2019 Vrouwen met MS werden willekeurig ingedeeld in groepen die gedurende 6 maanden een mediterraan dieet of controle-dieet volgden. Het mediterraan dieet bevatte veel vis, gezonde vetten, fruit, groenten en volle granen, en beperkte de consumptie van vlees, zuivel, bewerkte voeding en zout. De groep die het mediterraan dieet volgde liet een significante afname zien in vermoeidheid en invaliditeit in vergelijking met de andere groep.
Een interessante, recente Nederlandse studie is de ‘Leef! met MS’ studie. Hoewel dit een multi-domein leefstijlstudie is, waarbij ook werd gekeken naar beweging en ontspanning, was voeding een zeer belangrijk onderdeel. De dieetinterventie in deze studie was gericht een aangepast mediterraan dieet van onbewerkte voeding, veel groenten, gezonde vetten en eiwitten van hoge kwaliteit. Suiker en bewerkte voedingsmiddelen werden vermeden. Deelnemers aan de studie rapporteerden onder andere een significante afname van vermoeidheid en een verbetering in kwaliteit van leven (maar geen verbetering van fysieke symptomen) (Nauta, 2025).
5.5. Paleo-dieet
Twee studies onderzochten het paleo-dieet:
Irish, 2017 Deze studie onderzocht het paleo-dieet bij MS-patiënten. Dat dieet bevat veel groenten, fruit en noten, en weinig peulvruchten, zuivel, suiker, bewerkte voeding, oliën en glutenbevattende granen, met een matige hoeveelheid vlees. Vergeleken met het gebruikelijke Amerikaanse dieet verbeterde het paleo-dieet de vermoeidheid, mentale en fysieke kwaliteit van leven, en motorische functie van de handen.
Wahls, 2021 Het gebruikte dieet bevatte 6-9 porties groenten en fruit, 150-300 gram vlees per dag, terwijl het granen, peulvruchten, eieren en zuivel (behalve ghee) uitsloot. Na 12 en 24 weken toonde het dieet een aanzienlijke vermindering van de vermoeidheid en een verbeterde fysieke en mentale kwaliteit van leven bij mensen met MS.
Het geheel van studies over MS en voeding overziend kunnen enkele conclusies worden getrokken:
De gebruikte onderzoeken zijn beperkt in bewijskracht. De analyse van Snetselaar laat zien dat de bewijskracht van de studies beperkt is, door de kleine aantallen deelnemers (609) en het beperkte aantal studies.
Alle genoemde diëten doen het beter dan het controle-dieet. Dat controle-dieet bestaat over het algemeen uit het standaard-westerse dieet.
Als de diëten onderling worden vergeleken dan springt paleo er het meeste uit. Snetselaar kwantificeert de bijdrage van de diëten op twee onderdelen: vermoeidheid en kwaliteit van leven (fysiek en mentaal). Op beide onderdelen doet het paleo-dieet het het beste, gevolgd door het ketogeen dieet voor de kwaliteit van leven en het mediterraan voor de vermoeidheid.
6. Studies naar supplementen
Naast studies naar complete diëten die we in hoofdstuk 5 beschreven zijn er ook veel studies gedaan naar de mogelijke effecten van supplementen op symptomen van MS.
Een voorbeeld is Mahler, 2024, een meta-analyse van het klinische onderzoek (RCTs) naar vitamine D3-supplementatie. Het onderzoek laat zien dat vitamine D[3] de beperkingsscores (EDSS), de jaarlijkse terugvalfrequentie of nieuwe laesies na 6-24 maanden niet significant verminderde.
In een overzichtstudie (Parks, 2020) werden alle bekende klinische studies (RCTs) naar andere vormen van supplementatie bij MS op een rijtje gezet. De uitkomst van de studies was teleurstellend: “Er is onvoldoende bewijs dat supplementen met antioxidanten of andere voedingsmiddelen enige impact hebben op MS-gerelateerde uitkomsten”.
Dezelfde onderzoekers kwamen een aantal verschillende vormen van supplementatie tegen en concludeerden het volgende:
Vervangen verzadigde vetten (MUFA) door onverzadigde vetten (PUFA’s). PUFA‘s komen uit vette vis, noten en zaden, MUFA’s uit producten zoals olijfolie en avocado. Volgens de onderzoekers is er onvoldoende bewijs om verschillen tussen PUFAs en MUFAs te bevestigen bij MS-patiënten. De impact op terugvallen, achteruitgang of verandering in beperkingen is onduidelijk.
Supplementatie met omega 3 (visolie). Er is weinig tot geen verschil gevonden tussen suppleren van omega 3- of omega 6-vetzuren bij MS-patiënten wat betreft terugvallen, veranderingen in beperkingen, achteruitgang of nieuwe laesies. Dat suppleren met omega 3 blijkbaar niet werkt terwijl we eerder constateerden dat een gebrek aan omega 3 leidt tot een slechter verloop van MS, kan komen doordat supplementen niet goed worden opgenomen in het lichaam.
Anti-oxidanten. Antioxidantensupplementen (zoals vitamine A) hebben weinig tot geen effect op terugvallen, beperkingen of achteruitgang bij MS-patiënten.
Kortom onderzoek laat zien dat deze vormen van supplementatie niet effectief zijn.
7. Conclusies over MS en voeding
Hoewel multiple sclerose een complexe en onvoorspelbare ziekte blijft, biedt voeding een hoopvolle invalshoek om symptomen te verlichten en mogelijk de ziekteprogressie te vertragen.
Uit verschillende studies blijkt dat diëten zoals het paleo-, ketogeen en mediterraan dieet veelbelovende resultaten tonen, met geconstateerde verbeteringen op het gebied van de vermoeidheid, kwaliteit van leven en zelfs fysieke functie. Wat deze diëten gemeen hebben is hun focus op natuurlijke, onbewerkte voedingsmiddelen en het beperken van koolhydraten en vermijden van ultrabewerkt voedsel.
Daarentegen lijkt supplementeren van omega 3, antioxidanten en vitamine D[3] weinig effectief. Dat benadrukt dat de kracht van voeding niet ligt in individuele componenten, maar vooral in een totaalplaatje van gezonde voeding.
Voor mensen met MS betekent dit dat het aanpassen van de voeding een toegankelijk en krachtig hulpmiddel kan zijn. Met een focus op de metabole gezondheid en het vermijden van schadelijke voeding is het mogelijk om het verloop van de ziekte en de dagelijkse kwaliteit van leven positief te beïnvloeden.
Veel gestelde vragen (F.A.Q.)
Deze twee boeken van de Amerikaanse psychiaters Chris Palmer en Georgia Ede verkennen de relatie tussen voeding en hersenaandoeningen:
Ultrabewerkt voedsel en MS
Nieuwsbrief
Ontvang tips, nieuwe artikelen en inspiratie voor een gezondere leefstijl.
Gerelateerde artikelen
ArtikelGezonde voeding voor hersenaandoeningen en mentale klachten: 2 diëten die werken
Gezonde voeding voor hersenaandoeningen? Lees hoe je mentale klachten en neurologische aandoeningen kunt aanpakken met je dieet.
ArtikelUltrabewerkt voedsel: meer dan de helft van ons dieet en dodelijk
De bewijzen stapelen zich op: ultrabewerkt voedsel brengt veel gezondheidsrisico's met zich mee. Maar waar zitten die risico's precies in? En hoe herken je ultrabewerkt voedsel? In een overzichtsartikel zet Jaap Versfelt het op een rij.
WetenschapKetogeen dieet: meer dan gewichtsverlies
De laatste jaren wordt steeds meer bekend over de invloed van het ketogeen dieet bij diabetes type 2, hart- en vaatziektes, neurologische aandoeningen en meer.
