Professor Hanno Pijl: ‘de in gang gezette leefstijlbeweging is onomkeerbaar’
Geen pillen, operaties of spuiten, maar gezond eten, meer bewegen en minder stress. Jarenlang betoogde internist-endocrinoloog Hanno Pijl dat een gezonde leefstijl niet alleen chronische ziektes kan voorkomen, maar ook kan omkeren. Daarmee zette hij leefstijlgeneeskunde stevig op de kaart. Deze maand gaat de leefstijlprofessor met emeritaat, ofwel pensioen. Tijd voor een afscheidsinterview.

Vijftien jaar geleden was Hanno Pijl een roepende in de woestijn. Het idee dat je chronische ziektes met leefstijlaanpassingen zou kunnen behandelen, werd nauwelijks serieus genomen. Toch bleef Pijl zijn boodschap onvermoeibaar uitdragen – in de media, op congressen, bij zorgverleners en bij beleidsmakers. Mede dankzij zijn inspanningen is er anno 2026 meer draagvlak. Er is vooral een onomkeerbare beweging in gang gezet, merkt hij. “Leefstijlgeneeskunde gaat de zorg veranderen. Dat kan niet anders: de tsunami aan chronische welvaartsziekten die op ons afkomt, kan ons zorgsysteem simpelweg niet aan.”
Die gezondheidscrisis is dichterbij dan gedacht. Kort voor het interview maakte het Diabetes Fonds bekend dat 400.000 Nederlanders ongemerkt met diabetes type 2 leven. Van dit getal schrikt zelfs Pijl. ‘Deze mensen lopen al jaren rond met verhoogde bloedsuikers, waardoor schade aan bloedvaten, zenuwen en organen ontstaat. Vaak hebben ze ook hoge bloeddruk en een verstoorde stofwisseling. Dat vergroot de kans op hart- en vaatziekten en andere aandoeningen.”
Pijl vindt dat de cijfers aanleiding zijn voor een nationale screening. ‘Hier kunnen we de ogen niet voor sluiten. Naast deze groep lopen ook ruim een miljoen Nederlanders met prediabetes rond, zonder het te weten. Metabole ontregeling is een pandemie geworden.’
Academisch zwaargewicht
Als internist-endocrinoloog aan het Leids Universitair Medisch Centrum behandelde Pijl jarenlang mensen met complexe hormoon- en stofwisselingsziekten. Sinds 2007 was hij tevens hoogleraar diabetologie, het specialisme dat zich richt op behandeling van diabetes. Zoals de meeste artsen schreef hij zijn patiënten aanvankelijk vooral medicijnen voor. Maar die aanpak begon te wringen toen Pijl in 2005 zich realiseerde dat leefstijl cruciaal is bij zowel het ontstaan als het genezen van welvaartsziekten.
In die periode leerde Pijl bij toeval Wim Tilburgs kennen. Dat gebeurde tijdens een radio-uitzending, waarin ze beiden te gast waren. Tilburgs vertelde hoe het hem was gelukt zijn diabetes type 2 om te keren – door zijn voedingspatroon radicaal om te gooien en vaker te bewegen. Pijl legde als hoogleraar diabetologie uit dat dit niet uitzonderlijk was. Dat het voor veel mensen mogelijk is om met een gezondere leefstijl van hun medicijnen af te komen bij diabetes type 2 – of in elk geval het gebruik ervan flink te verminderen.
Sinds die uitzending trokken ze samen op. Voor Stichting Je Leefstijl Als Medicijn was Pijl van grote waarde als academisch zwaargewicht. Hij onderstreepte dat medicijnen alléén zelden de oplossing zijn bij chronische ziekten. Dat het noodzakelijk is de oorzaak van een chronische ziekte aan te pakken, door gezonder te gaan leven.
Andersom was Tilburgs belangrijk voor de Leidse wetenschapper. “Ik was geraakt door zijn herstelverhaal en wilde dit gebruiken om mijn boodschap over te brengen. Wim was bereid model te staan in mijn lezingen over leefstijlgeneeskunde. Zo stonden we op vele podia voor artsen, diëtisten en andere zorgprofessionals. Telkens reageerde de zaal verrast. Zo’n persoonlijk verhaal heeft meer impact dan duizend grafieken.”
Nu zijn emeritaat nadert, is het tijd om met Pijl terug- en vooruit te blikken. Op zijn carrière, ons zorgsysteem naar ook op de bijzondere band met Stichting Je Leefstijl Als Medicijn.
Wanneer ontstond je fascinatie voor de relatie tussen leefstijl en gezondheid?
“Dat was rond 2005, na het lezen van het boek Guns, Germs and Steel van de Amerikaanse wetenschapper Jared Diamond. Hij beschrijft hoe onze samenleving door de landbouwrevolutie en later door de industriële revolutie werd overspoeld met bewerkt voedsel. Dat had een desastreus effect op onze gezondheid. Ineens zag ik de relatie tussen de schrikbarende groei van chronische aandoeningen zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten en kanker. Deze ziekten waren sterk leefstijlgerelateerd. Als diabetoloog wist ik wel dat voeding belangrijk is voor mensen met diabetes, maar in de klinische praktijk deden we daar nauwelijks iets mee. We schreven patiënten vooral pillen voor, terwijl ik me realiseerde dat de kern van het probleem in leefstijl ligt. Dat liet me niet los. Ik verdiepte me grondig in de invloed van voeding op ziekten. In 2010 werd ik gevraagd mee te denken over een leefstijlprogramma voor mensen met diabetes type 2, een initiatief van Stichting Voeding Leeft. Dat programma was een belangrijke eerste stap. Ook leerde ik Wim Tilburgs kennen en raakte ik betrokken bij Stichting Je Leefstijl Als Medicijn.”
‘We worden massaal gemanipuleerd door de voedingsindustrie’
Veranderden daardoor ook de gesprekken met patiënten?
“Zeker. Ik begon vaker over voeding, over bewegen, over stressmanagement en slaap. Dat was toen allesbehalve vanzelfsprekend.”
Hoeveel patiënten hielp je bij het omkeren van diabetes?
“Minder dan je zou denken: enkele tientallen misschien. Dat komt omdat de meeste mensen met type 2 diabetes door de huisarts worden behandeld. In het ziekenhuis zien we vooral patiënten met ernstige complicaties zoals nierfalen, hart- en vaatziekten of neuropathie. Voor deze mensen is het lastiger om medicatie af te bouwen, al lukte dat bij een aantal wel.”
Hoe reageerden je collega’s in het ziekenhuis op jouw ideeën?
“Aanvankelijk dachten ze: laat hem maar, het waait wel over. Het idee dat leefstijl een serieuze rol zou kunnen spelen, werd niet als iets academisch gezien. Toen ik in 2011 voorstelde om een leefstijlpolikliniek te starten binnen het ziekenhuis, werd dat plan van tafel geveegd: leefstijl hoorde bij de huisarts, niet in het ziekenhuis.”
Wanneer begon dat te veranderen?
“Rond 2015, toen onze decaan een universiteit in Schotland had bezocht. Hij was hier erg onder de indruk geraakt van allerlei gezondheidsbevorderende initiatieven: niet alleen voor studenten, maar ook voor personeel en de bredere gemeenschap. Daardoor kreeg leefstijl bestuurlijke aandacht. Het leidde tot de oprichting van het Nederlands Innovatiecentrum voor leefstijl en gezondheid, een samenwerking tussen het Leids Universitair Medisch Centrum, TNO en het Diabetes Fonds. Nederland. Het Innovatiecentrum heeft als doel om partijen uit de wetenschap, de zorg en de overheid samen te brengen zodat leefstijl ook echt onderdeel wordt binnen de zorg. Zo zijn er voor mensen met diabetes type 2 leefstijlprogramma’s ontwikkeld die aantoonbaar leiden tot minder medicatiegebruik en betere gezondheidsuitkomsten.”
Leefstijl komt nog onvoldoende terug in de richtlijnen voor artsen. Wanneer gaat dat veranderen?
“Leefstijl staat al jaren als eerste stap in de richtlijn voor de behandeling van diabetes. In sommige richtlijnen voor andere chronische ziekten wordt leefstijl ook als interventie aangemerkt. Desalniettemin er is nog onvoldoende aandacht voor. Maar beroepsverenigingen erkennen het belang van leefstijl steeds meer. Binnen de Federatie Medisch Specialisten en de Nederlandse Internistenvereniging zijn werkgroepen actief die zich specifiek bezighouden met leefstijl binnen hun vakgebied. Er is steeds meer draagvlak voor het thema. Er is een onomkeerbare beweging in gang gezet. Ik verwacht dat de richtlijnen uiteindelijk ook veranderen. Dat gaat geen tien jaar meer duren. Al is er nog een grote hobbel: het wetenschappelijke bewijs. De geneeskunde hecht veel waarde aan randomized controlled trials. Deze onderzoeken zijn goed om de effectiviteit van een bepaald medicijn aan te tonen. Maar voor leefstijlinterventies is dit ingewikkelder. Daarom moeten we het eens worden over bredere vormen van wetenschappelijk bewijs. Daarover wordt momenteel volop gediscussieerd.”
In hoeverre is financiering van onderzoek naar het effect van leefstijlinterventies een probleem?
“Geld speelt absoluut een rol. Farmaceutische bedrijven verdienen aan de ontwikkeling van medicijnen, niet aan een gezonde leefstijl. Er zit geen industrie achter. Tegelijkertijd tonen talloze rapporten aan dat preventie economisch aantrekkelijk is: elke in preventie geïnvesteerde euro levert zo’n vier euro op. Toch investeren overheden mondjesmaat, omdat de opbrengst pas na tien tot vijftien jaar zichtbaar wordt. Ook zorgverzekeraars zijn terughoudend. Zij bieden leefstijlprogramma’s beperkt aan, omdat klanten kunnen overstappen naar een andere verzekeraar en zij hun rendement mislopen.”
Sinds 2019 worden Gecombineerde Leefstijlinterventies (GLI) volledig uit de basisverzekering vergoed. Hoe effectief zijn die?
“Helaas zijn de Gecombineerde Leefstijlinterventies zoals ze nu worden aangeboden onvoldoende om structurele gezondheidsproblemen zoals ernstig overgewicht aan te pakken. Duurzame gedragsverandering vraagt intensieve begeleiding. Daar is nog te weinig aandacht en financiering voor. Daarnaast zijn maatschappelijke veranderingen nodig. Het is in onze samenleving ontzettend moeilijk om een gezondere leefstijl vol te houden. Er is te veel slechte voeding, we zitten te veel en leiden een stressvol bestaan: we rennen voortdurend onze eigen staart achterna.”
‘Naderende gezondheidscrisis kunnen we niet negeren’
Welke rol zou de overheid moeten spelen?
“Ik heb in het verleden gepleit voor een nationaal gezondheidsplan, waarmee we onze samenleving structureel gezonder kunnen inrichten. De groei van het aantal chronische ziekten is minstens zo urgent als de klimaat- of stikstofproblematiek, alleen willen we dit niet inzien. Ik sprak er regelmatig over met politici en ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Maar de politieke wil ontbreekt. Sturing op betere voeding of voldoende beweging wordt als betutteling bestempeld. Tegelijkertijd worden we op grote schaal gemanipuleerd door de voedingsindustrie. Er liggen veel producten in het schap die als ‘gezond’ worden gepresenteerd, terwijl ze dat niet zijn. Wat mij betreft maken we als samenleving duidelijke afspraken met voedingsfabrikanten: hoeveel suiker staan we toe, welke E-nummers zijn echt nodig, en welke producten willen we überhaupt op de markt?”
Begin dit jaar introduceerde Amerika nieuwe voedingsrichtlijnen. Zullen die effect hebben op Nederland?
“Ik ben blij met het krachtige signaal dat bewerkte voeding ongezond is. Ik verwacht niet dat Nederland zo’n radicale koers zal kiezen, maar het helpt de discussie over het effect van bewerkte voeding op de gezondheid wel vooruit. Ik verwacht dat de Gezondheidsraad ernaar zal kijken.”
Recentelijk bracht het Diabetes Fonds naar buiten dat er 400.000 Nederlanders rondlopen met diabetes zonder dat ze dit weten. Wat vond je van dit nieuws?
“Ik schrok daar enorm van. Omdat diabetes zo’n sluipende ziekte is, wist ik dat er mensen zijn die het ongemerkt hebben. Maar dat het zoveel mensen zijn, vind ik heel zorgelijk. Het betekent dat er 400.000 mensen zijn die al jarenlang schade hebben opgelopen. En daarmee een sterk verhoogd risico hebben op een scala aan aandoeningen, waaronder hart- en vaatziekten. Deze groep komt nog bovenop de ruim 1 miljoen mensen met prediabetes, die het meestal ook niet weten. Metabole ontregeling is daarmee uitgegroeid tot een pandemie in Nederland. Ik vind dat we daar ook iets aan moeten doen.”
Ben je – net als het Diabetes Fonds – voorstander van een nationale screening?
“Ik denk dat we er niet omheen kunnen. Er wordt ook al heel lang over nationale diabetes-screening gesproken. Dat idee werd altijd afgedaan als niet zinvol, omdat effectieve interventies zouden ontbreken en er hoge kosten mee gemoeid zijn. Die argumenten zijn niet langer houdbaar. Screening is nodig, zodat mensen weten wat er aan de hand is. Niet iedereen heeft meteen medicijnen nodig. Mensen kunnen veel zelf verbeteren met leefstijl, dat is uiteindelijk goedkoper en effectiever dan wachten tot medicatie nodig is.”
Hoe zou zo’n screening eruit kunnen zien?
“Belangrijk is dat de screening zou moeten plaatsvinden op plekken waar mensen eenvoudig terechtkunnen en dat het gratis is; anders haakt de grootste risicogroep af. Daarom zou de overheid of de GGD dit moeten financieren. Verplichte screening gaat in Nederland te ver, maar met een goed toegankelijk programma komen we een eind.”
Wat is je advies aan mensen die willen weten of zij ongemerkt diabetes hebben?
“Begin met de online risicotest op de website van het Diabetes Fonds. Als je in de risicogroep valt, kun je bij de huisarts bloedwaarden laten meten. Sommige huisartsen schrokken: ze zijn bang dat ze worden overspoeld door mensen die zich willen laten testen, terwijl de werkdruk al hoog is bij huisartspraktijken. Dat begrijp ik goed. Maar ze zullen deze taak op zich moeten nemen: mensen met een verdenking op diabetes of prediabetes lopen zoveel schade op dat ze op termijn met grotere problemen zullen kampen. Zo’n screening zou efficiënt kunnen worden geïntegreerd binnen de huisartsenpraktijk. Pas als er diabetes wordt vastgesteld, komt de huisarts in beeld.”
Veel artsen vinden het moeilijk om over leefstijl te beginnen. Wat zou je tegen hen willen zeggen?
“Duurzame gedragsverandering is lastig. Veel zorgverleners hebben er weinig vertrouwen in en beginnen er daarom niet over. De reflex van ‘het werkt toch niet’ vind ik gevaarlijk. Als je tien procent van de mensen in je spreekkamer kunt helpen met leefstijlinterventies, is dat al enorme winst. Door het gesprek niet aan te gaan, ontneem je mensen de kans om regie te nemen over hun ziekte. Artsen hoeven het ook niet alleen te doen. Gedragsverandering vraagt om coaches, diëtisten of praktijkondersteuners. En om structurele ondersteuning, niet één gesprek. Ook de kracht van ervaringsdeskundigen en gelijkgestemden binnen communities is groot.” Daarom zijn initiatieven als Stichting Leefstijl als Medicijn waardevol. Als mensen samen optrekken om hun gezondheid te verbeteren, houden ze het duurzaam vol. Er zijn steeds meer bewijzen dat het werkt.
‘De leefstijlbeweging is onomkeerbaar’
Je was betrokken bij het onderzoek naar de peer support-aanpak van de Stichting, dat onlangs in het British Medical Journal werd gepubliceerd. Hoe belangrijk is dit wetenschappelijke bewijs?
“Deze studie bewijst dat mensen hun leefstijl zélf, met steun van anderen, kunnen verbeteren én volhouden. Voor zorgprofessionals is dat cruciaal. Wetenschappelijke onderbouwing is nodig om richtlijnen aan te passen en leefstijl serieus te nemen als behandeling. Dit helpt het veld te overtuigen.”
Wat kan Stichting Je Leefstijl Als Medicijn betekenen voor de toekomst van de zorg?
“De Stichting laat zien dat duurzame leefstijlinterventies mogelijk zijn en dat supportgroepen mensen kunnen helpen bij het verbeteren van hun gezondheid, zoals het omkeren van hun diabetes type 2. Burgerbewegingen zoals Je Leefstijl Als Medicijn zijn een essentieel onderdeel van een toekomstbestendig zorgsysteem: hiermee nemen mensen regie over hun gezondheid én wordt de reguliere zorg ontlast.”
Ben je optimistisch dat we de goede kant op gaan?
“Ik ben voorzichtig optimistisch omdat het niet anders kan. Als we doorgaan zoals nu, wordt de zorg onbetaalbaar en onuitvoerbaar. Er zijn berekeningen die laten zien dat in 2040 één op de vier Nederlanders in de zorg zou moeten werken om het systeem overeind te houden. Dat is onmogelijk. We zitten eigenlijk al in een crisis: personeelstekorten, uitgestelde zorg, afdelingen die het niet meer aankunnen. Iedereen loopt op z’n tandvlees. Als we het tij niet keren, zullen mensen omvallen, zowel zorgverleners als patiënten.”
Hanno Pijl over de staat van leefstijlgeneeskunde
Tijdens dit webinar neemt prof. dr. Hanno Pijl, internist-endocrinoloog en een van de grondleggers van leefstijlgeneeskunde in Nederland, ons mee naar de kern van de huidige gezondheidscrisis.
Auteur

Nieuwsbrief
Ontvang tips, nieuwe artikelen en inspiratie voor een gezondere leefstijl.
